Oostfronters krijgen Duits pensioen

Collaborateurs en hun nabestaanden ontvangen tot vandaag een Duits pensioen voor bewezen diensten aan het Derde Rijk. Een schande vindt Alvin De Coninck die de zaak voor het Belgische parlement bracht. Daarover verscheen in het weekblad Knack een gesprek waarvan we een uittreksel publiceren met toelating van de Knack-uitgever (*).

Alvin De Coninck (74), gepensioneerd taxichauffeur uit Brussel, ligt aan de basis van een merkwaardig verhaal dat een knipperlichtrelatie met de actualiteit onderhoudt. Duitsland betaalt tot op heden pensioenen aan Belgische collaborateurs, zo luidt de korte samenvatting van een complex dossier. Telkens met dank aan De Coninck die zich, na zijn pensionering in 2011, vastbeet in een zaak die intussen ruis zet op de doorgaans kraakvrije lijn tussen Brussel en Berlijn.  Op 14 maart jl. werd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers een resolutie goedgekeurd met de vraag aan Duitsland opheldering te verschaffen over het aantal en de identiteit van de begunstigden. De tekst van de resolutie, ingediend door DéFI-leider Olivier Maingain, werd door De Coninck geïnspireerd. Zijn campagne werd internationaal opgepikt. Hij haalde met zijn nazi pensioenen dossier  onder meer The New York Times en de cover van Bild- Zeitung.

Alvin De Coninck heeft zo zijn persoonlijke drijfveer om dit dossier aan te pakken. Alvin De Coninck kan met evenveel recht als wijlen de Nederlandse schrijver Harry Mulisch poneren dat hij de oorlog is. Zijn in 2006 overleden vader was een monument van het verzet tegen de nazi bezetter. Albert De Coninck (foto),1905-albert de coninck-verzet overtuigd communist, Brigadist tijdens de Spaanse Burgeroorlog, schopte het tijdens de Tweede Wereldoorlog tot commandant van de Vlaamse partizanen, de gewapende arm van het communistisch geïnspireerde Onafhankelijkheidsfront. Ook Rachel Souritz, zijn Joodse moeder, die hem twee weken na de bevrijding op de wereld zette, verdiende haar sporen bij het verzet. Alvins Joodse grootvader en tante werden in Auschwitz vermoord, na eerst in Antwerpen te zijn verklikt. Zijn Mechelse opa werd doodgeslagen door de Gestapo, tijdens een zoektocht naar de ongrijpbare Albert.

Waarom maakt U zich druk, meneer de Coninck? Het probleem zal zichzelf oplossen: over vijf à tien jaar staat de teller op nul.

Alvin De Coninck: Het gaat om het principe. Zelfs als alle rechthebbenden zijn overleden en het laatste dossier wordt afgesloten, blijft het een schande. Duitsland heeft decennialang voortgezette salarissen, pensioenen en sociale uitkeringen betaald aan collaborateurs. Dat gebeurde in de grootste discretie, ironisch genoeg met medewerking van het Duitse en Belgische Rode Kruis. Collaborateurs belonen is op zich al moreel verwerpelijk, maar daar stopt het niet. Even bedenkelijk is de houding die Duitsland in het dossier aanneemt. Van een bevriend buurland had België echt wel meer openheid mogen verwachten.

In zijn servicepagina’s aarzelde ‘Berkenkruis’ (=ledenblad Vlaams oostfronters) niet om voor verdere dienstverlening aan  oostfrontstrijders naar de Volksunie te verwijzen. Welke rol speelde die partij precies?

Alvin De Coninck:  Sommige mandatarissen van de Volksunie spanden zich persoonlijk in om collaborateurs met hun pensioenaanvraag te helpen. Willy Kuijpers (foto) 1905-willy kuijpers-Volksunieging daar het verst in. Hij reed geregeld met oostfronters naar Aken, naar de sociale dienst van Noordrijn-Westfalen, de deelstaat bevoegd voor de pensioenen in België en Nederland. Ik heb Kuijpers vaak in mijn taxi vervoerd, vooral in de periode dat hij volksvertegenwoordiger was. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik één van de vaste taxichauffeurs van de quaestuur van de Kamer werd. We konden goed met elkaar opschieten. Kuijpers is oprecht progressief, sociaal voelend en absoluut geen racist. Hij was ook niet de enige in die partij. De Volksunie zag collaborateurs als kameraden die misschien wel betwiste keuzes hadden gemaakt, maar die toch vooral geestgenoten waren die alle solidariteit verdienden. Ik wil de partij hier niet viseren. Als het gaat over het acceptabel maken van de collaboratie in Vlaanderen na de oorlog, heeft de CVP een veel grotere rol gespeeld.

Een gevoelig punt: hoe was het om als kind van twee verzetsstrijders op te groeien?

Alvin De Coninck: De oorlog was altijd aanwezig. Moeder had al twee kinderen voor ze mijn vader ontmoette, van een Joodse man die als een van de eerste verzetsstrijders was geëxecuteerd. Ik kom niet uit een doorsnee gezin. Vader is in volle Koude Oorlog nationaal secretaris van de Kommunistische Partij van België geworden. Toen we naar Edegem verhuisden, riep de pastoor de gelovigen vanaf de kansel op om een kruisteken te maken als ze onze deur voorbij liepen. Mijn moeder was koerier bij de partizanen toen ze vader leerde kennen. Het is een wonder dat ze de oorlog heeft overleefd en dat ik nu hier zit. Het is pijnlijk om dit op te rakelen. Veertien dagen voor de bevalling stond moeder voor een executie peloton, samen met zes andere partizanen. Het gebeurde tijdens de bevrijding in Menen. Overal hingen Belgische vlaggen uit, de collaborateurs zaten opgesloten in een kelder. Toch was het nog niet afgelopen. De frontlijn tussen Amerikanen en Duitsers ging nog op en neer. Zo is het misverstand ontstaan. De brug over de Leie werd door een Duitse tank bewaakt. Een verdwaald exemplaar, dachten de partizanen. Ze gingen er naartoe om de bemanning te vragen zich over te geven, zonder te beseffen dat de brug, nog in vijandelijke handen was. Een Duits officier onderschepte hen en gaf het bevel hen stante pede te fusilleren. Ze werden meteen tegen de muur gezet van een café. Toen de soldaten aanlegden, heeft moeder vertwijfeld uitgeroepen: ‘Soll mein Kind dann leben!’. Daarop heeft de bevel gevende officier het geweer weggeslagen dat op haar was gericht. Ze is de enige die de executie heeft overleefd. Dankzij die officier dus, een Oostenrijker.

(*)“De Volksunie heeft Oostfronters aan hun pensioen geholpen”- vraaggesprek van Erik Raspoet met Alvin De Coninck- Knack, nr 15, 10-16 april 2019.

  • Over mij

    • Miel Dullaert
      °1948 Enkele stipmomenten… Kind en tiener Ik ben geboren in Merksem. Ik behoor tot wat men noemt, de babyboomgeneratie of de eerste
      Meer lezen...
  • Citaat

    Een journalist is een individualist,
    die zich identificeert met een miljoenenpubliek
    (Hans Van Straten, Nederlands schrijver-journalist, 1923-2004)

  • Edward ELGAR, NIMROD

  • Tag cloud

  • Deel onze pagina op:

    © Copyright 2019 ‐ Miel Dullaert ‐ Alle rechten voorbehouden

    Disclaimer | Privacybeleid

    Webdesign by Eye