Klimaatverandering is een sociaal probleem

De scholieren en studenten voeren al weken actie voor een meer doortastend milieubeleid van onze politici. Met duizenden betoogden ze.  Andermaal laten de (post-)millenials  van zich horen. Dat geeft hoop. Weg met de karikatuur van jongeren die verslaafd zijn aan de smartphone, aan het computerscherm. Sommigen in de politiek worden hiervan zenuwachtig. Anderen proberen de beweging te recupereren.

Velen die bezorgd  zijn over de klimaatcrisis zijn bezorgd over  de degeneratie van de natuur, de fauna en flora. En dat is goed. Maar het mag geen “opium  voor het volk worden” zoals de Sloveense filosoof Slavoj Zizek  (provocerend) stelt. Het gaat in de eerste plaats om de crisis van de politiek en de economie die botsen met de vereisten van een gezond  ecologisch systeem en het menselijk welzijn.

Klimaatcrisis: het gaat al jaren mis

Ouderen onder ons zijn al lang vertrouwd met de klimaatproblematiek. Sommigen zullen  zich misschien herinneren dat de klimaatcrisis vandaag al meer dan een halve eeuw geleden werd aangekaart. In de januari uitzending van het magazine van VTM, “Telefacts”, kwamen  gepensioneerde ingenieurs van grote oliemaatschappijen aan het woord, die uitlegden hoe ze studies uitvoerden in de jaren 1960 van vorige eeuw,  over de komende klimaatverandering. Ze hielden toen  al met deze studies rekening wanneer ze boorplatformen en pijpleidingen bouwden in oceanen en op ijsvlakten. De resultaten van deze studies werden echter vele jaren geheim gehouden. In 1972 publiceerde de Club van Rome, een denktank van Europese wetenschappers, een rapport “Over de grenzen van de economische groei”. In die vijftig jaar werden veel rapporten, manifesten gepubliceerd van universiteiten, van de Verenigde Naties en ook van denktanks gefinancierd door multinationals die het klimaat scepticisme voedden. Er zagen groene bewegingen en partijen het licht. In het katholieke Vlaanderen was het de jezuïet Luc Versteylen die Agalev oprichtte. Ter linkerzijde was er het boek van de sociaaldemocraat Norbert De Batselier “Tussen Eco en Ego” (1996) . Hij kon dat met des te meer gezag, daar hij een aantal jaren vice voorzitter van de Vlaamse regering was en tot 1995 Vlaams minister van Milieu en Huisvesting. Hij schreef toen, wat vandaag actueel is: “De eenheid tussen rood en groen staat of valt met het aspect van de rechtvaardigheid. Een milieubeleid moet sociaal rechtvaardig zijn. Bij milieuheffingen, ecotaksen, en andere inspanningen moet gelet worden op het inkomensbeleid en op het vrijwaren van de meest kwetsbare sociale groepen Een rechtvaardige milieu-inspanning wordt berekend op basis van de zwaarte van de veroorzaakte vervuiling en van de financiële draagkracht van de sociale klassen.” In Vlaams- nationale kringen was er de progressieve vleugel van de Volksunie die het leefmilieuthema bespreekbaar maakte.  In 1996 werd het radicaal- democratisch Vlaams project gelanceerd door Norbert De Batselier en Maurits Coppieters in het boek “Het Sienjaal”1902-Het Sienjaal(foto). Met het ecologisch contract als één van de prioritaire aandachtspunten.

Het grote misverstand zou kunnen zijn dat de grote massa onvoldoende oog heeft voor de klimaatcrisis als een crisis van de sociale en economische machtsverhoudingen die dit mogelijk maken. Dit maatschappijmodel cumuleert vandaag een aantal existentiële crisissen:  dit van de aanwezige kernwapens die tot de menselijke uitroeiing kunnen leiden, de menselijke vervreemding door een op hol geslagen productie- en consumptiesysteem en ten derde de ecologische crisis. De ecologische crisis is een klimatologische crisis, een crisis van de biodiversiteit, een crisis van de zoet watervoorraden die tot spanningen leidt tussen landen, een crisis van de luchtkwaliteit die jaarlijks mondiaal 7 miljoen voortijdige sterften veroorzaakt en een crisis van de uitputting van de bodem die kan leiden tot voedseltekorten en landbouwcrisissen.

“Allemaal in hetzelfde schuitje”

Alle mensen maken deel uit van ‘moeder aarde’. En de conclusie wordt dan ook gemakkelijk getrokken dat omdat we “allemaal in hetzelfde schuitje zitten” we ook allemaal aan één zeel moeten trekken. Vandaag horen we de woordvoerders van Groen litanieën oreren van samenwerking, weg van de polarisering. “Alleen als iedereen samenwerkt kunnen we de ergste gevolgen van de klimaatverandering tegengaan”. Het lijkt alsof iedereen gelijk verantwoordelijkheid draagt voor de klimaatcrisis en er  gelijk de gevolgen van ervaart. Maar dat is onjuist.  Het zijn vooral de armere en verpauperde bevolkingsgroepen in de wereld die het kind van de rekening zijn.  In 2005 richtte de orkaan Katrina in New Orleans, in de VS, grote vernielingen aan. 2000 mensen kwamen om, maar dat waren niet toevallig allemaal arme zwarten, die niet de middelen hadden om de stad te verlaten. Het was al jaren bekend dat New Orleans kwetsbaar was voor orkanen. Er werd in 1955 een maatschappij opgericht beheerd door het Amerikaans leger om dijken en pompstations te bouwen. In 2001 begon de staat te beknibbelen op budgetten. De reden? Het geld was nodig voor de oorlogen in Afghanistan en Irak. Eind 2004 ontving de maatschappij voor dijken nog 20% van wat nodig was voor de versteviging van de dijken. Ook de helikopters  en manschappen die nodig waren voor de evacuatie van burgers in nood bleken in Irak te zitten. (cfr. De mythe van de groene economie, A. Kenis en M. Lievens, 2012). Vanuit de  benadering: “we zitten allemaal in hetzelfde schuitje”,  wordt het dan een crisis van de menselijke soort, of een morele crisis waarvoor elk zijn individuele verantwoordelijkheid moet opnemen.

Er is ook een tendens bij de milieubeweging om de klassieke tegenstellingen en conflicten achter zich te laten. Links en rechts wordt in grote delen van  de groene beweging als achterhaald beschouwd in de post- industriële samenleving. Het staat modern en trendy. Belangrijke stromingen in de groene partijen zijn de jongste twintig jaar in naam van het “overstijgen van de tegenstelling tussen links en rechts” vaak naar rechts opgeschoven. Agalev  maakte deel uit van de paarse coalitie (VLD, SP) van de regering Guy Verhofstadt (1999-2003) begin deze eeuw. Het bekwam Agalev slecht, want electoraal verdween de partij bijna. In Duitsland maakten, de Grünen deel uit van de coalitie van de sociaaldemocraat Gerhard Schröder en voerden mede het plan uit van de antisociale “Hartz-hervormingen”, op maat gesneden van de belangen van het Duits patronaat. De groene beweging, steunde “humanitaire militaire tussenkomsten of oorlogen” van de NAVO, ondermeer in Libië. In Duitsland doen ze mee aan de Atlantische agenda waarin Europa de vazal is van de VSA,…Niet alle Groenen willen de links-rechts tegenstelling overstijgen. Er ontstonden groen- linksen. Door rechts  meloenen genoemd: ‘groen van buiten, rood van binnen’. Maar de verleiding om de dominante ideeën van de elite zoals “verantwoord ondernemerschap” of “het vertrouwen in de markt te aanvaarden”, is groot. In Vlaanderen is de Mechelse groene smaakmaker Christof Calvo, dè  exponent van een soort liberaal groen.

Individuele gedragsverandering

Individueel ecologisch bewust gedrag is toe te juichen en zinvol, maar de bijdrage ervan is uiterst bescheiden. Hoe belangrijk ook, campagnes voor milieu bewuster leven kunnen het risico meebrengen dat ze kritische energie wegvoert van waar ze echt naartoe moet gaan: de strijd voor sociale en politieke verandering.  Conservatieven die alles bij het oude wensen te laten zijn enorm gefocust op het individueel gedrag. Diegenen die echte politieke veranderingen nastreven zijn doelwit nr 1 van de conservatieven, met het argument dat ze individueel nooit consequent genoeg zijn. Natuurlijk mag Anuna De Wever het vliegtuig naar New York nog nemen zonder zich schuldig te voelen, maar naar Parijs en Berlijn neem je beter de trein. Moet je eerst 100% consequent zijn om maatregelen te vragen tegen de klimaatverandering? Je hoeft toch ook niet arm te zijn, om op te komen tegen de armoede.  Het  conservatisme schuift de verantwoordelijkheid exclusief in de schoenen van  de individuen en gezinnen,  weg van de verantwoordelijkheid van de politieke klasse en de bedrijfsmanagers. Afval sorteren, het niet kopen van overdreven verpakte producten, het meebrengen van je eigen tas naar de supermarkt, meer het openbaar vervoer gebruiken 1801-de-Lijn-Kortrijk(foto)… Dat alles moet gesteund worden. Maar die initiatieven mogen niet als vervanger of zoethouder dienen die de analyse zou beletten van de sociale en economische machtsverhoudingen in de maatschappij, die ons in de huidige klimaatcrisis gebracht hebben.

Groene economie

Het verhaal van de “groene economie” wordt vooral nog benaderd binnen de krijtlijnen van de neoliberale economie. Ecologie wordt dan een kwestie van goed bestuur,  en van het ontwikkelen van allerlei marktmodellen, verantwoord ondernemerschap  en technologische oplossingen. De dringende vraag van de scholieren en studenten aan de politici “voer een meer doortastend milieubeleid” kan een steriel standpunt zijn als men niet het gehele complex  van de  machtsverhoudingen meeneemt. In dat complex heeft  de politieke klasse zichzelf gedegradeerd tot zaakwaarnemers van de financiële- en industriële elite. Vandaag aan de politici vragen voor een doortastend milieubeleid is als bij de duivel te biechten gaan. Het is niet toevallig dat er vandaag niets in huis komt van het afschaffen van de salariswagens, die met 400.000 wagens, op de Vlaamse wegen de files tot een dagelijkse aanslag op het leefmilieu maken en zowat 4 miljard euro kosten aan de overheid. Salariswagens zijn het pronkstuk van de multinationale olie- en  autolobby die Vlaanderen in zijn greep heeft.  Hetzelfde met vliegtuigreizen1807-ryanair (foto). Ze zijn spotgoedkoop omdat er geen milieutaks wordt geheven op de kerosinebrandstof. Zou je dan toch een hoge taks heffen, dan zal de technocratische elite en de superrijken, zich daar niks van aan trekken en blijven vliegen, maar de werkende mensen die één keer per jaar een vliegvakantie nemen, zouden de dupe van de vliegtuigtaks worden en nog een schuldgevoel aangepraat worden ook. In een interview met  Het Laatste Nieuws (2 februari jl.) zegt gewezen boegbeeld  Jos Geysels (66) van Agalev: “De opwarming van de aarde is in de eerste plaats een sociaal probleem. Het treft in de eerste plaats diegenen die er minst de schuld aan hebben: de armsten. We leven in een 2/3 samenleving. Twee derden van alle Belgen leeft redelijk tot uiterst comfortabel. Eén derde heeft het niet breed. De helft daarvan is ronduit arm, de andere helft behoort tot de lagere middenklasse”. De laagste inkomensklassen zouden gediend kunnen zijn met bijv. windmolenparken1808-duurzame energie-windmolenpark (foto) van relatief goedkope elektriciteit die lokaal beheerd worden door de burgers en gemeentebesturen (zoals in Eeklo bijv.) waardoor de grote energiemonopolies enigszins buiten spel worden gezet.

In het  standaardwerk voor Vlaanderen over ecologie en maatschappij : “De mythe van de groene economie”(2012) van de auteurs  Anneleen Kenis en Matthias Lievens, wordt de vraag gesteld  “is een groen kapitalisme mogelijk”?  Volgens de auteurs dreigt een groen kapitalisme een periode van crisis met zich mee te brengen. De kans is groot dat de (groene) kapitalisten hun investeringen, en dus de druk op de winstvoeten,  zullen trachten te compenseren door verdere loonmatigingen. Dit zal de strijd tegen de klimaatverandering niet populairder maken bij de bevolking. De mogelijke toename van de prijzen van een aantal basisproducten zal dit alles er niet eenvoudiger op maken (energie, voeding, grond en huisvesting…). Sociale onrust als gevolg van sociale inleveringen en flexibiliteit  gepaard aan meer uitgaven voor milieumaatregelen kunnen een explosieve sociale cocktail vormen. In zo’n context dreigen we de opgang te zien van de sterke rechtse staat, die sociale onrust de kop moet indrukken, en een asociale klimaatpolitiek moet doordrukken. “Het nachtmerriescenario is dat dit gebeurt met de steun van een verlichte groene middenklasse die weinig syndicale reflexen heeft, over voldoende koopkracht beschikt om voor zichzelf groene producten te kopen en groene investeringen te betalen. Als je de economie echt wil vergroenen zal je grenzen moeten stellen aan de groei, en dat is onmogelijk binnen het kapitalisme” . 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Over mij

    • Miel Dullaert
      °1948 Enkele stipmomenten… Kind en tiener Ik ben geboren in Merksem. Ik behoor tot wat men noemt, de babyboomgeneratie of de eerste
      Meer lezen...
  • Citaat

    In een tijd van universeel bedrog is
    het vertellen van de waarheid een revolutionaire daad
    (George Orwell, Brits schrijver, 1903-1950)

  • Edward ELGAR, NIMROD

  • Tag cloud

  • Deel onze pagina op:

    © Copyright 2019 ‐ Miel Dullaert ‐ Alle rechten voorbehouden

    Disclaimer | Privacybeleid

    Webdesign by Eye