BOEK: “Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018”

Prof. Dr. David Criekemans doceert  aan verschillende universiteiten in binnen- en buitenland internationale politiek. Hij is een veel gevraagd spreker en commentator over actuele internationale vraagstukken. In 2018 verscheen van hem het boek onder de titel “Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna”. Het is een ‘must’ voor wie enigszins  inzicht wil hebben in de mondiale turbulenties van vandaag, die ook grote invloed hebben op het dagelijks leven van de volkeren in Europa (foto intro).

Van Prof. Dr. David Criekemans verscheen vorig jaar een bundeling van zijn bijdragen in de media in boekvorm onder de titel: “Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie” (*). Het minste wat we kunnen zeggen is dat het huidige internationale klimaat er één is van grote veranderingen, machtsverschuivingen zowel politiek als economisch en cultureel.

Geopolitieke toekomst voor Europa

Welke geopolitieke toekomst ziet D. Criekemans voor Europa? De auteur stelt vast dat in verschillende dimensies  de geesten tussen de VSA en de EU zich langzaam maar zeker van elkaar verwijderen. (red. vandaag is dat met president D. Trump misschien spectaculairder, maar dat proces is al langer bezig onder president G. Bush, bijv. waar Frankrijk en Duitsland niet meegingen in de aanvalsoorlog van de Angelsaksische landen tegen Irak in 2003). D. Criekemans: “Op veiligheidsvlak zal Brussel steeds meer eigen capaciteiten moeten ontwikkelen. De verdere uitbouw van de Europese Defensie is daarom een dringende noodzaak. Het is een verzekeringspolis voor het geval de NAVO als geopolitieke instelling uitgehold zou raken. Tegelijk vormen de toekomstige wapenaankopen van de Europese landen hierin een belangrijke component. In plaats van financiële middelen te laten weglekken naar Washington (red. de aankoop van de F-35 bijv.) is het beter deze middelen in een eigen defensie-industrie te investeren. Het dossier Rusland maakt duidelijk dat de NAVO op sommige domeinen veeleer een onderdeel van het probleem vormt voor de Europese veiligheid dan van de oplossing. In de nieuwe geopolitieke- multipolaire wereld vormt Washington niet langer een baken van stabiliteit, maar veeleer een bron van geostrategische en geoeconomische onrust”. “Op economisch vlak is de Europese Unie hopeloos verdeeld, al wordt de schijn hoog gehouden. De euro houdt Zuid-Europese landen in een wurggreep zolang Duitsland en Nederland hun overschotten niet recycleren door de  vernoemde economieën niet te stimuleren met investeringen. Volgens de auteur is één van de essentiële gegevens van de crisis in Europa de sociale dimensie die onderontwikkeld blijft (vet=red.) “waardoor de Europese volkeren de Europese Unie (EU) blijven percipiëren als een “neoliberaal” eliteproject dat een economische “race to the bottom” in gang zette. De Brexit is daarvan een indirect gevolg. Nochtans hadden de Britten  zelf deze neoliberale versie van het Europees integratieproject mee in gang gezet in de jaren tachtig en negentig. Een merkwaardige ironische boemerang verlamt daardoor nu het Britse politieke bestel.”

Welke toekomst voor de trans-Atlantische relatie?

De naoorlogse hoeksteen in de bipolaire wereld van de Koude Oorlog van West-Europa was de trans-Atlantische relatie met de landen aan de overkant van de Atlantische oceaan: Canada en vooral de supermacht, de Verenigde Staten van Amerika. Het was een bijna alles bepalende factor. West-Europese Atlantische politieke elites gingen aan Amerikaanse universiteiten les volgen om hun C.V. geloofwaardiger te maken voor de Amerikaanse “bondgenoot”  in Washington en hun carrièrekansen hier te vergroten.  Economie en handel werden in sterke mate bepaald door de verhoudingen met de VSA. Idem voor het militair bondgenootschap van de NAVO waar de Amerikanen de eerste viool spelen en militaire steunpunten en basissen, met atoomwapens zoals in Kleine Brogel, hebben op het West-Europese grondgebied.

Prof. D. Criekemans: “Het “Westen” is verdeeld nu de Anglo-Amerikaanse machten niet meer beschikbaar lijken om het model van de “democratie” en “vrijheid” in de rest van de wereld te verdedigen. Dat politieke project is zelf onder druk komen te staan doordat het sinds Ronald Reagan en Margaret Thatcher (foto)1901-Marfgaret-Thatcher te veel op neoliberale (vet=red.) leest geschoeid was. Delen van de Amerikaanse en Europese volkeren vinden zich er niet meer in terug en associëren mondialisering vandaag met het “aanhalen van de broeksriem” (besparingsbeleid). De elites waren de grote overwinnaars van deze versie van een door het Westen geleide “mondialisering”, de grote massa’s waren de de facto verliezers. President Donald Trump presenteert zich eigenaardig genoeg als hun voorvechter, maar dit is schijn. Ook daar is het een kwestie van tijd vooraleer zijn kiespubliek zich dit zal realiseren”.

Het Westen kan als geopolitieke kracht enkel in de wereld een toekomst hebben als het voor een stuk opnieuw een gezamenlijke maatschappelijke synthese maakt. Het neoliberale model heeft veel schade toegebracht op menselijk en maatschappelijk vlak. Een politieke tegenbeweging zou erin kunnen bestaan om zowel op sociaal als ecologisch vlak mensen terug echte veiligheid te brengen. Dat zal Europa en de VSA samenbrengen om de mondiale race to the bottom te counteren. De inzet in hernieuwbare energie en duurzame technologieën kan ook tot een potentieel echte vernieuwing van het politieke model leiden, waarbij burgers zelfs meer decentrale macht krijgen (red. lokale vzw’s  of coöperatieven voor beheer van windmolens bijv.) en zo “empowered” worden. Momenteel is een politieke tegenbeweging nog ver te zoeken. Trump houdt ervan de verwarring te bestendigen. Hij voert een machtspolitiek, maar dat zal vreemd genoeg enkel maar de machtspositie van de VSA versneld eroderen. De trans-Atlantische relatie ondervindt zo heel wat averij die steeds moeilijker hersteld kan worden als deze situatie te lang voortduurt. In ieder geval kan Europa het zich niet langer veroorloven om in exclusieven te denken. De trans-Atlantische relatie is belangrijk, maar kan niet langer de enige as zijn waarop de Europese landen hun buitenlandpolitieke opties en beleid bouwen” (blz. 240-242).

Rusland, Midden Oosten en China

Rusland. Er bestaat een fundamenteel wantrouwen tussen het Westen en Rusland. Rusland heeft slechte ervaringen met het Westen. Denk aan de Napoleontische veldtocht en de Krim- oorlog in de 19e eeuw, de eerste wereldoorlog, de burgeroorlog  in de oorlog tussen de bolsjewistische Roden en Witten, deze laatsten gesteund door Westerse expeditielegers, daarna de invasie van de Duitse nazi- troepen en last but not least de Koude Oorlog 1.0. In Rusland heerst het gezegde: “Het Westen is al vele oorlogen begonnen, wij hebben er al vele beëindigd”.

Prof. D. Criekemans.“De NAVO moest het koste wat het kost uitgebreid worden naar de Westgrens van Rusland. In de lezing van het Kremlin maakte het Westen gebruik van de strategische zwakte van Moskou in de jaren negentig om de traditionele veilige bufferzone van Rusland uit te hollen. Poetin had niet veel opties meer. Het destabiliseren van Georgië in 2008 en van Oekraïne in 2014 was nog de enig overblijvende manier om te verhinderen dat ook deze landen lid van de NAVO zouden worden. De Russische Federatie zit vervat in een claustrofobisch gevoel van omsingeling. Dat mag dan in onze ogen onterecht zijn, en het kan de Russische hybride oorlogsvoering niet goedpraten, maar toch moeten we het meenemen in onze analyse. Het westers buitenlands beleid heeft soms te weinig empathie, doet aan opbod politiek en verzaakt de facto te veel om de oorzaken van dit ontstane wantrouwen weg te nemen. Als deze weg verder gevolgd wordt, zal het alleen maar erger worden en dreigen er grotere “ongelukken” van te komen.”

China. De auteur spreekt over het “ontwaken van een Chinese reus”. Het is een geo-economische gigant, die zijn economische macht nu begint om te zetten in geopolitieke en geostrategische macht. De auteur ziet China als een opportuniteit, maar ook een bedreiging voor Europa. Een kans voor de verdere implementatie van meer duurzame technologieën, maar tegelijkertijd ook een actor die het niet zo nauw neemt met intellectuele eigendom. Tegelijk wordt  wat er overblijft van de westerse macht in Azië verder geërodeerd door Beijing. Het Nood- Koreaanse vraagstuk lijkt daar een mooi voorbeeld van. Rond 2030 kan volgens de auteur Beijing echt een mondiale speler worden, op voorwaarde dat de economische groei aanhoudt en de interne stabiliteit van het land gegarandeerd wordt. Tegen 2030 kan China Washington naar de kroon steken.

1901-Xi Ping-Poetin

Samenwerking China-Rusland, ook als antwoord op de vijandigheid van de Verenigde Staten. Wat doet Europa?

“De nieuwe leider voor het leven president Xi Jinping trekt daarom de teugels aan verenigt het land onder een nationalistische politiek. China koopt ook vrienden met de nieuwe “One belt, One Road” project over land en zee. De “Chinees”-Griekse havenstad Piraeus wordt weldra dank zij spoorlijn investeringen verbonden met Boedapest en  Belgrado (red. tijdens de Joegolavische oorlog in de jaren negentig  werd de Chinese ambassade door de NAVO gebombardeerd, wat  kwaad bloed zette bij de Chinezen). Europa wordt geconfronteerd met een situatie waarbij verscheidene grootmachten op Europese bodem eigen activiteiten beginnen te ontwikkelen. Landen als Hongarije voeren al langer een eigen geopolitieke balansstrategie tegen Brussel, door zelf ook met Beijing en Moskou te flirten. Het roept vragen op over de samenhang van de Europese integratie. Is een nieuw schisma in de maak?”

Midden Oosten. Voor de auteur is de situatie in het noorden van Afrika en het Midden-Oosten zeer zorgwekkend. Er dient een Europese strategie te worden ontwikkeld die focust op een lange termijn stabiliteit. De vrees bestaat dat Saoedi – Arabië verder destabiliseert. Europa wordt vooral met de gevolgen van het soennitisch radicalisme geconfronteerd (Saoedi-Arabië dat de bondgenoot is van het Westen). Veel van die wegen leiden naar Riyad, niet noodzakelijk naar Teheran. Iran vormt een opkomende macht en strategische partner voor de toekomst, als groeimarkt en bron van aardgas. Maar de regering Trump tracht die Europese  beleidsoptie actief te blokkeren (uittreding uit de “Iran-deal” en economische sancties tegen Iran en secundaire tegen bedrijven die met Iran zaken doen ondermeer belangrijke Europese bedrijven). Er moet vermeden worden dat Brussel zich gedwongen ziet om keuzes te maken. Of dat zal lukken is nog maar zeer de vraag. Los hiervan zien we de Euraziatische krachten (Rusland, China, Turkije,…) zich consolideren, ook als gevolg van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Europa kan de rest van Eurazië niet zomaar negeren, zeker niet nu, net de trans-Atlantische relatie onder steeds grotere druk lijkt te staan.

“De geopolitieke kaarten die Europa worden toebedeeld, zijn een pak ongunstiger dan in de voorgaande decennia. Ofwel trachten we stabiliteit te exporteren, ofwel dreigen we op termijn overmand te worden door golven van instabiliteit. De inzet kan niet hoger zijn. De Syrische oorlog en de algemene strijd om het regionale leiderschap (Iran-Israël-Saoedi Arabië en er achter de grootmachten)  zal de komende jaren nieuwe schokgolven genereren waarmee Europa rekening zal moeten houden. Deze versplinterde regio zal nog lang op zoek zijn  naar een nieuwe geopolitieke balans. Dat die ons niet kan raken is de afgelopen jaren door alle terroristische aanslagen in Europa een illusie gebleken. Helaas is ook dat gevaar nog lang niet geweken, wel integendeel.” (blz. 106-113)

Naar een Vlaams ministerie van Buitenlandse Zaken?1712-Vlaanderen-wapen

De auteur pleit  in de huidige stand van zaken betreffende de  autonomie van Vlaanderen voor een volwaardig ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij de start van de Zweedse coalitie onder de leiding van minister-president Geert Bourgeois werd buitenlands beleid toegeschoven naar de minister-president.  In zijn beleidsbrief 2014-2019 somde de minister-president een ware waslijst van Europese, multilaterale en bilaterale dossier waarin Vlaanderen het verschil tracht te maken. De auteur beschouwt dit als een eerder technische opsomming van dossiers waarin de lezer al vlug dreigt te verdrinken. De auteur vraagt zich af waar de rode draad in al deze dossiers is? Heeft Vlaanderen wervende internationale projecten te bieden? Jazeker, zegt de auteur, “maar het gevaar bestaat dat de boodschap door de technische dossiers wordt ondergesneeuwd”. In die beleidsbrief wordt ingezet op het Europees beleid, het bilateraal beleid vooral gericht op Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk. Verder wordt ingezet op een multilateraal beleid met als kern de VN- organisaties. Een relatief nieuwe ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een culturele diplomatie via samenwerking met de UNESCO.

Kamp kiezen met bommen i.p.v. diplomatie

De auteur heeft  kritiek op het veiligheidsbeleid van de Belgische regeringen Elio Di Rupo en nadien Charles Michel. “In 2010 is België in het geheim akkoord gegaan met de modernisering van de Amerikaanse tactische nucleaire B-61-bommen die op de luchtmachtbasis Kleine Brogel in Limburg liggen. In een intern document van Defensie schreef de luchtmacht dat het gevechtsvliegtuig F-35 van het Amerikaanse Lockeed Martin daarom de beste vervanger van de F-16 zou zijn, omdat het atoombommen kan afwerpen. De vernieuwing van de kernwapens maakt dat België in stilte inzet op een enorme schaalvergroting qua nucleaire afschrikkingsmacht. In plaats van een factor van diplomatie te zijn, met alle mogelijke partijen, ook met Rusland, kiest België daardoor duidelijk een kamp.” De Belgische deelname aan de bombardementen tegen IS in Syrië is een keuze geweest niet zozeer  tegen IS, maar vooral een keuze voor de soennieten (Saoedi Arabië, foto vlag vh land)1803-Saudi-Arabia tegen de sjiitische krachten (Iran, Hezbollah, Alawieten). In plaats van een factor van diplomatie te zijn heeft de Belgische regering Michel zijn kamp gekozen.” (Het zijn dezelfde partijen als op Vlaams niveau die deel uit maken van de (nu ‘ex-) Belgische regering: N-VA, CD&V, en de VLD).

Europa:  behoefte aan een balanspolitiek 

David Criekemans wilde doorheen al deze verwarring enige opklaring brengen. Hij heeft met een scherpe analyse heel wat duidelijkheid gebracht in zijn boek. Dat is van groot belang wil de burger door het bos  van mediaberichten, van incidenten, van oorlogen, de bomen nog zien. Zo kunnen de mensen meer immuun worden voor demagogie en beter in staat worden gesteld afzonderlijke feiten in een ruimer kader te plaatsen. De auteur heeft een mooi panorama geschetst en duidelijk gemaakt dat we in totaal andere tijden terecht gekomen zijn. Voor ons Vlamingen, Europeanen breekt  een nieuwe periode aan. Prof. D. Criekemans: “ Brussel kan het zich in het buitenlands beleid niet langer veroorloven om in exclusieven met de Verenigde Staten te denken. In de nieuwe geopolitieke, geo-economische wereld moet Brussel een balanspolitiek (vet=red.) met alle “polen” voeren: Washington, Moskou, Beijing, Tokio, Londen”.

(*) David Criekemans,  “Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie”, Uitgeverij Gompel & Svacina, 304 blz., 2018.

 

  • Over mij

    • Miel Dullaert
      °1948 Enkele stipmomenten… Kind en tiener Ik ben geboren in Merksem. Ik behoor tot wat men noemt, de babyboomgeneratie of de eerste
      Meer lezen...
  • Citaat

    Een journalist is een individualist,
    die zich identificeert met een miljoenenpubliek
    (Hans Van Straten, Nederlands schrijver-journalist, 1923-2004)

  • Edward ELGAR, NIMROD

  • Tag cloud

  • Deel onze pagina op:

    © Copyright 2019 ‐ Miel Dullaert ‐ Alle rechten voorbehouden

    Disclaimer | Privacybeleid

    Webdesign by Eye