Boek- ‘Spoken’, nepnieuws en de Amerikaanse oorlogen

Pien van der Hoeven is een Nederlandse historica en mediaspecialiste. Ze schreef het boek ‘Spoken’, nepnieuws en de Amerikaanse oorlogen in Vietnam en de Golf (*). Sommigen zeggen dat door de sociale media nepnieuws uit zijn voegen barst. Zeker in militaire conflicten. De auteur relativeert. Vroeger, zonder sociale media, werd ook met nepnieuws de noodzaak om te gaan vechten verkocht. Ze analyseert drie vrij recente voorbeelden en de rol van de media daarin: de Amerikaanse oorlogen in Vietnam, in Koeweit en in Irak (foto De Nieuwe Wereld TV).

Het boek (foto omslag boek) gaat over “spoken” of verzonnen, overdreven en ingebeelde gevaren. Door internet en de sociale media zijn meningen en informatie exponentieel toegenomen. Mensen worstelen met de vraag: wat ze wel en niet kunnen geloven? Maar de auteur stelt pertinent: “Was het vroeger beter? Is de nieuwsvoorziening door de opkomst van sociale media minder betrouwbaar geworden? Of om de vraag om te keren: Was het terecht dat het publiek tijdens het analoge tijdperk meer vertrouwen had in de media? Hielden journalisten nepnieuws tegen?” Sinds de jaren zestig is het bewustzijn gegroeid dat het ideaal van journalistieke objectiviteit onhaalbaar is. Omdat de journalist zich niet kan losmaken van de eigen subjectiviteit. Bovendien is men gaan inzien dat objectiverende journalistiek vaak samenvalt met de belangen van de gevestigde elites. De Amerikaanse politicoloog Michael Parenti schreef in 1993: “Wat doorgaat voor objectiviteit is in wezen de acceptatie van een sociale realiteit die is gevormd door de dominante krachten in de maatschappij”.

Het militair-industrieel-media complex

De auteur plaatst de rol van het militair-industrieel-media complex centraal. Ze verwijst naar begin de jaren zestig van vorige eeuw toen de Amerikaanse president en vijfsterrengeneraal Dwight D. Eisenhower (1890-1969), die mede Hitler op de knieën had gedwongen, in zijn afscheidstoespraak verwees naar de dreigingen van het militair-industrieel complex. Toen al gaven de VS meer uit aan defensie dan de netto-inkomsten van alle bedrijven samen. Hij wees toen al op de dreigende consequentie: de ondemocratische macht van de militaire industrie op de besluitvorming. Van der Hoeven spreekt over de privaat georganiseerde defensie-industrie waarvan een “prikkel tot oorlogvoering uitgaat die losstaat van de klassieke oorlogsdoelen als veiligheid en de controle over grondstoffen en grondgebied.” Vanwege de particuliere belangen bestaat de neiging om de gevaren die de Verenigde Staten bedreigen uit te vergroten. Die gevaren zijn vaak niet reëel of opgeblazen. Daarvoor is nepnieuws noodzakelijk. Het gaat om spoken. Bijv. tijdens de Vietnamoorlog is de dreiging die van het communisme uitging overdreven. Pien van der Hoeven citeert ook de Iraans-Amerikaanse econoom Hossein-Zadeh en zijn boek The Political Economy of U.S. Militarism (2006). Hij wijst op het fundamentele verschil tussen de wapenindustrie in het verleden en het Amerikaans militair-industrieel complex. In de prekapitalistische periode was de dreiging die van het militaire apparaat uitging voldoende voor de legitimatie en de instandhouding ervan. Terwijl in het door winst gedreven kapitalistisch systeem daadwerkelijk oorlog nodig is om de vraag naar producten op peil te houden, van oude voorraden af te komen en nieuwe wapensystemen te testen en te demonstreren. In het Vietnam conflict werd door het heersende regime in de VS gesteld dat het door de kritische media en vooral de televisie was dat de oorlog werd verloren. Ook vakbroeders van journalisten beweerden dit. De auteur is het daarmee niet eens en verwijst naar wetenschappers die systematisch onderzoek hebben gedaan naar de verslaggeving van de Vietnamoorlog. De politicoloog Daniel C. Hallin onderzocht via een steekproef de journaals van de drie grote Amerikaanse zenders tussen  1965-1973. In totaal zag hij meer dan duizend uitzendingen. In 1986 kwam hij met zijn baanbrekend werk The Uncensored War. Zijn these is de volgende. Zolang de politiek eensluidend is blijft de berichtgeving van de media zonder censuur binnen de officiële lijn. Dat komt volgens Hallin omdat de media zich vnl. baseren op overheidsbronnen. Zolang deze bronnen hetzelfde beweren komen de media niet met afwijkend nieuws. Daarnaast speelt de heersende ideologie een grote rol. Weinigen zijn in staat om daarbuiten te denken. Wie dat wel doet- zeker in tijden van oorlog- wordt door de hele gemeenschap monddood gemaakt. (cfr. Ook nu Oekraïne).

De couveuseroof

De auteur gaat dan in detail in op de verslaggeving over de Vietnamoorlog en het incident in de Golf van Tonkin (1964) en met als gevolg daarvan de vergelding de luchtbombardementen van de VS. De Europese pers bleef afstandelijk. De Amerikaanse pers was vol enthousiasme om te bombarderen als vergelding. Van der Hoeven pikt er één Amerikaanse journalist uit, L.F. Stone, die het echte verhaal brengt, geput uit officiële bronnen. Hij was een linkse journalist die niet meer aan de bak kwam door het failliet van zijn linkse krant en de anticommunistische hetze. Hij was uit armoede een eigen nieuwsbrief begonnen: The I.F. Stone’s Weekly. Duizenden lezers die hij had stelden dat in zijn weekblad echt kon gelezen worden wat er in de VS gebeurt, door openbare bronnen scherpzinnig te lezen en interpreteren. Bijvoorbeeld. In verband met het incident in de Golf van Tonkin kwam hij na nauwkeurige analyse tot het besluit dat de Amerikaanse torpedojagers diep in de Noord-Vietnamese territoriale wateren waren doorgedrongen. Bovendien waren twee Noord-Vietnamese eilanden beschoten door Zuid-Vietnamese boten. Dat alles was Stone te weten gekomen uit het openbare verslag van het debat in de Senaat over de door president Johnson ingediende resolutie voor vergelding. Senator Morse had die provocatie aan de kaak gesteld in de zitting. Maar, zo stelde Stone vast, de pers had een ijzeren gordijn opgetrokken rond Morse en zijn collega Gruening die fel gekant waren tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam (foto).

Het nepnieuws dat voor de Golfoorlog (1990-1991) werd gebracht nadat Irak Koeweit was binnen gevallen is vrij algemeen bekend: de couveuseroof. Maar in de voorbereiding van Desert Storm, de bevrijding van Koeweit, was een wijdvertakt netwerk actief om de geesten en harten van de Amerikanen te veroveren voor de militaire operatie ‘Desert Storm’ in Koeweit en Irak. De ‘couveuseroof’ van de Irakezen in Koeweitse ziekenhuizen werd een volledig verzonnen verhaal zoals nadien door journalisten werd aangetoond. Met een centrale rol voor de getuigenis, in een hoorzitting in het Congres, van de 15-jarige dochter Nayirah van de Koeweitse ambassadeur in de VS die wekenlang werd voorbereid door het marketingbureau Hill & Knowlton en gepresenteerd werd als een vrijwillige medewerkster in een Koeweits ziekenhuis die het allemaal zag gebeuren. Dit bureau slaagde er ook in, in de Veiligheidsraad van de VN een presentatie te geven met 7 getuigen waarvan er 5 een valse naam hadden en een chirurg die in feite een tandarts bleek te zijn. In dit alles speelde de organisatie Amnesty International een slechte rol omdat deze organisatie alle spookverhalen voor waar aannam. De auteur verwijst naar journalist en uitgever John McArthur die de kwestie van propaganda diepgaand onderzocht voor zijn boek propaganda in de Golfoorlog. Hij won er twee journalistieke prijzen mee en vormde de basis voor de documentaire ‘To Sell a War’. Hij ontdekte dat een marketingbedrijf voor 11 miljoen dollar de oorlog Desert Storm aan de man bracht. De Amerikaanse volksvertegenwoordiger concludeerde dat het Amerikaans buitenlands beleid en de Amerikaanse publieke opinie ’te koop was’. Pien Vander Hoeven concludeert: “Olie was dus toch belangrijk in de Golfoorlog, niet als Amerikaans motief voor de invasie, maar wel als geldbron waaruit de Koeweitse regering  de oorlogslobby in de VS had bekostigd”.

De monsterlijke leugenshow van Colin Powell (1937-2021)

De oorlog in Irak (2003) werd voorbereid door wat van der Hoeven een propagandablitz noemt. De terrorismeaanslag op de Twin Towers in New York (11 september 2001) was een game changer en gaf volle vaart aan de neoconservatieven in de regering van president Bush jr. Voor hen was de aanslag op de Twin Towers geen misdaad maar oorlog (red. vele studies wijzen op de vele vragen die overblijven over de echte daders van de aanslag). De beslissing om ten oorlog te trekken in Irak werd in juli 2002 genomen (alhoewel het Saoedische terroristen waren die de aanslagen pleegden).

De aftrap voor de propagandablitz kwam vanaf de eerste herdenking van de aanslagen op de Twin Towers, in augustus 2002. De campagne werd geleid vanuit het Witte Huis. De oorlog werd als een product aan de man gebracht volgens de wetten van de marketing. Vijf jaar na de invasie van Irak rapporteerde het onafhankelijke Amerikaanse Center for Public Integrity dat president Bush jr. en andere regeringsleden, in de campagne om de bevolking achter de Irakoorlog te krijgen, 935 valse verklaringen hebben afgelegd. De hoofdargumenten waren de massavernietigingswapens die Irak zou hebben en de banden die er zouden bestaan tussen Irak en Al Qaida. De finale van het nepnieuws, de opvoering van spoken kwam uit de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op 5 februari 2003.  Onder de hoofding “Finale” in het boek werd de kroon op het werk gezet van het nepniews toen op 5 februari 2003 de minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell,(foto) als verkoper van leugens optrad in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Het werd een mondiale leugenshow met onnoemlijk lijden in Irak tot gevolg. Gans de wereld kon zien hoe deze Amerikaanse minister “bewijs” leverde met schema’s en een klein flesje van het antrax dat Sadam Hoessein had. Na de ‘finale’ was 79% van de Amerikanen onder de indruk. De Democraten die met een kleine meerderheid tegen een militaire interventie waren kantelden pro agressie oorlog. In het hoofdstuk over de rol van de media in de Irakoorlog wijst de schrijfster op de nog steeds grote rol van de televisie, de ingekwartierde journalisten in het Amerikaans leger. Nieuw was in 2003 bij de start van de Irak-oorlog het ontstaan van internet dat interactief werd met eigen weblogs, warblogs,…

Georganiseerde paranoia

In haar conclusies stelt de schrijfster zich de vraag: Hoe kwam het dat de journalistiek de functie van poortwachter in deze oorlogen (Vietnam, Golf, Irak) zo slecht vervulde? Ze ziet een drietal oorzaken. Vooreerst het bronnengebruik. In de media, niet alleen in autocratische regimes, maar ook binnen de westerse democratie, baseren journalisten zich vnl. op officiële bronnen, waardoor de staat de agenda, de inhoud en de richting van het nieuws grotendeels bepaalt. Zo lang de officiële bronnen hetzelfde beweren komen journalisten niet aan afwijkend nieuws en wordt de journalistieke scepsis niet gewekt. Ten tweede speelt de maatschappelijke consensus een grote rol. “Nepnieuws, spookverhalen worden door journalisten niet als zodanig herkend, omdat ze aansluiten bij hun eigen vooroordelen”. Verslaggevers ter plaatse hadden vaak meer last van censuur binnen de nieuwsorganisatie dan van de kant van de generaals. De derde reden is dat nepnieuws gemakkelijk zijn weg vindt naar het publiek, omdat de media vooral het nepnieuws beoordelen op hun verkoopwaarde. Oorlog is altijd goed geweest voor hoge oplage- en kijkcijfers. “De commerciële belangen van de media vallen samen met de belangen van het militair-industrieel complex. Militair spektakel garandeert hoge kijkcijfers en fungeert tegelijk als reclame voor wapenfabrikanten. “Embedded journalism”, bij de invasie van Irak, was een vorm van militair entertainment. In de aanloop naar de Irakoorlog werkte het Pentagon actief mee aan een vorm van militair entertainment in de media.” (blz. 222) (het boek werd vlak voor de start van het Oekraïne conflict gepubliceerd).

De Nederlandse historicus en Amerikakenner Maarten van Rossem zegt het treffend over dit boek. “Truth is the daughter of time. Pien van der Hoeven ontmaskert alle leugens en georganiseerde paranoia. De Amerikaanse buitenlandse politiek is een onttakeld wrak. Glans en glorie zijn geweken. Pien van der Hoeven heeft het allemaal elegant en zeer lezenswaard opgeschreven”.

(*) Pien van der Hoeven, Spoken, hoe het kapitalisme ons tot oorlog drijft, nepnieuws en de Amerikaanse oorlogen in Vietnam en de Golf; Uitgeverij Prometheus Amsterdam, 272 blz., februari 2022. Ze is historicus en mediaspecialist, ze doceert aan de Rijksuniversiteit van Groningen en de universiteit van Leiden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Over mij

    • Miel Dullaert
      °1948 Enkele stipmomenten… Kind en tiener Ik ben geboren in Merksem. Ik behoor tot wat men noemt, de babyboomgeneratie of de eerste
      Meer lezen...
  • Citaat

    De zekerste manier om in een krant te komen
    is er één lezen terwijl je de straat oversteekt
    (Alberto Sordi , It. acteur 1920-2003)

  • Edward ELGAR, NIMROD

  • Tag cloud

  • Deel onze pagina op:

    © Copyright 2022 ‐ Miel Dullaert ‐ Alle rechten voorbehouden

    Disclaimer | Privacybeleid

    Webdesign by Eye