China, socialisme en AI

In oktober 2025 verscheen het boek van de Italiaanse socioloog, politicus en maffiabestrijder Pino Arlacchi over China. Hierin geeft hij een uitgebreid inzicht in het Chinees universum. Het grote, dichtbevolkte land was door de eeuwen heen altijd één van de belangrijkste centra van de wereldbeschaving. China kent sinds enkele decennia een wedergeboorte tot een supermacht. De beschavingsgeschiedenis van het land, fundamentele socialistische concepten en de rol van A.I. maakt van het Aziatisch land een grootmacht.

In oktober 2025 verscheen het boek van Pino Arlacchi  de Italiaanse socioloog, politicus, bestrijder van de maffia en gewezen ondervoorzitter van de Verenigde Naties (VN). In wat volgt geven de grote ideeën weer van zijn boek aangevuld met enkele voorbeelden en/of opmerkingen (*).

Gedurende een groot deel van die tijd, duizenden jaren lang, bevond het Westen zich economisch en cultureel in de periferie. Volgens Arlacchi is het fundamentele verschil met het Westen dat de Chinese wereld “centripetisch en niet-agressief is”, gericht op vrede. Zoals hij schrijft is het “een kosmos die naar binnen kijkt en zichzelf tegelijk als universeel beschouwt. Elke expansiedrift of die nu territoriaal, economisch of militair is, ontbreekt”.

Daar tegenover kennen we de eindeloze oorlogen waarin West-Europa zich voortdurend heeft begeven, te beginnen met de Griekse wereld, het toont de agressieve psychologie aan die inherent is voor haar manier van zijn in de wereld”.

We verwijzen hierop aansluitend concreet naar de Europese koloniale oorlogen, de slavernij, het racisme, de eerste en tweede Wereldoorlog, de invoering van concentratiekampen. Voor vele niet-westerse landen hangt dit als een donkere schaduw over Europa, vooral als Europa andere naties en volkeren de les spelt over democratie en mensenrechten.

Barbaren en Han

De auteur beschrijft de afwijkende aard van de Chinese cultuur die gericht is op inclusiviteit en assimilatie. Zoals Confucius zegt: “Binnen de vier zeeën zijn de mensen broeders”.

Voor de Chinezen is iedereen daarbuiten geen “barbaar” in de Grieks-Romeinse en later westerse betekenis. Voor de Grieken was de barbaros iemand die geen Grieks sprak en overstaanbare geluiden voortbracht.

Dit concept was gebaseerd op culturele en linguïstische superioriteit. Het begrip had een sterke negatieve inhoud die tot vandaag zelfs nog voorkomt. Barbaar is een term die in onze gedachten associaties oproept met wreedheid, primitiviteit, geweld en bedreigingen.

In de Chinese binnenlandse geschiedenis is elk spanningsveld terug te voeren op de materiële, culturele en taalkundige eenheid van het volk die Han genoemd wordt. Telkens was er bij interne spanningen en conflicten sprake van een proces van “Hanisering”.

Het was tevens een politiek project van de elite. Invasies leiden tot een periode van interne verdeeldheid. Maar de culturele en demografische druk op de Han was zo groot dat ze de veroveraars volledig assimileerden, ook al duurden deze processen eeuwen.

Maar de lange termijn gevolgen die het succes van China’s versnelde economische ontwikkeling van de jaren zeventig van vorige eeuw tot nu verklaarden, is de “meritocratie”. Het is een eeuwenoude erfenis van het keizerlijk systeem voor de selectie van de ambtenaren, die vandaag nog steeds aanwezig is bij de selectie van de heersende klasse.

De nieuwe mandarijnen

De selectie van een hooggeplaatste heersende klasse is vanuit Chinees perspectief noodzakelijk. De mandarijnenklasse wordt al meer dan 2.000 jaar geselecteerd via openbare examens in het Chinees Keizerrijk. Het gevolg was sociale mobiliteit en etnische cohesie. (foto kunstafdruk Chinese mandarijn in het Keizerrijk)

Het concept van politieke meritocratie is vrijwel onbekend in het Westen. Omdat het buiten het blikveld van de media en de gangbare kennis over China valt. De Chinese meritocratie is een regeringsvorm gebaseerd op een institutie genaamd het “examenstelsel”.

Het werd formeel geïntroduceerd door de Sui-dynastie (581-618 na Chr.) op basis van selectiemechanismen die bestonden onder de Han-dynastie (206-220 v. Chr.). Vandaag wordt die nog steeds geïmplementeerd door de Communistische Partij (CCP).

Elke ambtenaar en vrijwel alle hooggeplaatste overheidsambtenaren worden geselecteerd via een zeer competitief examen. De prestaties van elke leider worden regelmatig geëvalueerd met vaste procedures en bij wangedrag gesanctioneerd met strenge sancties.

Dit is vandaag zoals het al eeuwen is het  leidend principe van de CCP dat beweert ten dienste te staan van het volk. Vanuit die erfenis is er geen scheiding der machten of rechtsstaat. De CCP valt vrijwel samen met de staat en vertegenwoordigt een aanzienlijk deel van de burgermaatschappij.

De unieke positie van de CCP schuilt in haar gelijktijdig bestaan als staat, partij en burgermaatschappij. In de praktijk is er echter sprake van coöptatie en voorkeur in de toegang voor de erfgenamen en medewerkers van topambtenaren, aldus P. Arlacchi.

Voor de auteur is de aanwezigheid van de Partij alom tegenwoordig in de Chinese samenleving. “Het is Antonio Gramsci’s Moderne Prins, wiens reflectie een goede leidraad vormt voor het begrijpen van het Chinees politiek systeem”. Vandaag zou je kunnen zeggen dat de Chinese Communistische Partij de nieuwe mandarijnenklasse is die al vele eeuwen onder verschillende vormen bestaat.

Valse tegenstelling: markt versus planning

Twee eeuwen lang vertelde het Westen zichzelf een geruststellend verhaal: het enige mechanisme dat in staat was een complexe economie te coördineren was de markt. En elke poging om die te vervangen door een plan was gedoemd te mislukken.  Sindsdien is de planning een vies woord geworden. Althans in het kapitalisme dat door rechts zorgvuldig gecultiveerd wordt.

Pino Arlacchi verwijst naar Adam Smith die in het Westen als de vaandeldrager van de vrije markt en het kapitalisme wordt geprezen. Adam Smith betoogt echter dat de vrije markt ondergeschikt is en een instrument van de staat moet zijn. Hij noemt China als voorbeeld van “natuurlijke” ontwikkeling van de markt. Het land is een motor van stabiliteit en welvaart, in tegenstelling tot het onnatuurlijke pad dat Europese staten bewandelden onder de leiding van kapitalisten en bankiers die erop uit waren de koloniale landen uit te buiten en oorlogen te voeren voor suprematie.

Het Chinese ontwikkelingsmodel stortte in, in het midden van de 19e eeuw. Het model werd in 1949 nieuw leven ingeblazen met de revolutie en onder de Chinese Leider Deng Xioping op weg gezet naar aan marktsocialisme of zoals het nu heet: “Socialisme met Chinese kenmerken”.

Wijlen Jiang Zemin (president van China tussen 1993-2003) schreef over het Socialisme met Chinese kenmerken. “De nadruk op planning of marktregulering is niet het essentiële onderscheid tussen socialisme en kapitalisme. Markteconomie en planeconomie behoren niet tot fundamentele verschillende sociale systemen. Het fundamenteel verschil tussen socialisme en kapitalisme is niet wat (er zijn marken in het socialisme en staatsplanning in het kapitalisme) maar voor wie?”.

Geconfronteerd met het grootste economisch wonder uit de geschiedenis, met de wedergeboorte van China hebben westerse analisten en politieke ideologen de belangrijkste factor achter deze revolutie opzijgeschoven, namelijk de centrale rol van de Chinese Communistische Partij (CCP), (foto) en alles toegeschreven aan de invoering en de magie van de ‘markt’.

De liberale bezwaren tegen planeconomie sinds de jaren dertig van de vorige eeuw geformuleerd door liberale economen zoals Hayek en von Mises steunden op het argument dat geen enkele centrale autoriteit van de staat, zou ooit miljoenen gegevens hebben kunnen verzamelen en verwerken die verspreid liggen over miljoenen individuen maar die wel door het prijs systeem van de markt worden samengevoegd. Voor hen was socialisme simpelweg onmogelijk. Het was een sterk argument in een tijdperk van papier, pen, potlood en handmatige berekeningen.

Dat alles is het niet langer waar in het tijdperk van AI (Artificiële Intelligentie). Het was Oskar Lange, een marxistisch econoom die Hayek van antwoord diende. Kort voor zijn dood (1967) verklaarde hij dat hij simpelweg aan Hayek zou zeggen: “Laten we de vergelijkingen van vraag en aanbod in een computer stoppen. We hebben dan de oplossing in één seconde.” Het was destijds visionair, vandaag is het de werkelijkheid.

De donkere kamers van de maakindustrie

China bouwt precies het apparaat dat Lange’s gelijk bewijst. Het 15e Vijfjarenplan dat dit jaar in China (foto Chinese vlag) van start ging is het meest AI gericht economisch planningsdocument dat ooit door een staat is opgesteld. Het uitgesproken doel van het Plan is om AI tegen 2030 in 90% van de Chinese economie te integreren.

Computerkracht wordt door de Chinezen gezien als een “nieuwe productieve kracht”. Nu al wordt een groeiend deel van het maatschappelijk leven in het land (verkeer, foto hoge snelheidstrein), logistiek, diensten) geregeld door computersystemen die in realtime coördineren wat een onzichtbare hand van de markt nooit zou kunnen coördineren. Ook China kan zich meten in de ruimte met de andere grootmachten. (foto Chinese taikonauten)

Maar het meest ontwrichtende punt betreft de nabije toekomst. Als we deze trend doortrekken zien we een droom werkelijkheid worden. Een grotendeels geautomatiseerde economie waarin de twee grote instituties van de kapitalistische moderniteit, de markt en het kapitaal, overbodig zijn geworden.

Dat is geen science fiction. In China is de robotdichtheid gestegen van 49 robots per 10.000 werknemers in 2015 naar meer dan 400 in 2025. China installeert al jaren meer robots dan de rest van de wereld samen. “Donkere fabrieken”, volledig geautomatiseerd en zonder werknemers, en dus zonder verlichting, zijn geen experiment meer. De Xiaomi-fabriek in Peking produceert één smartphone per seconde zonder één persoon aan de lopende band.

Het aantal werknemers in de maakindustrie is in tien jaar tijd gedaald van 115 miljoen naar minder dan 85 miljoen. Terwijl de productie is gegroeid. Cruciaal is dat deze daling niet heeft geleid tot massale werkloosheid. Waarom? Omdat de omscholingsprogramma’s van de Chinese overheid de impact hebben opgevangen door werknemers te herplaatsen in de dienstensector en in nieuwe hightechindustrieën.

 Animal Spirits overbodig

De markt vervult twee functies: ze onthult wat mensen willen, vaak onder invloed van reclame als vraagcreatie, en bepaalt waarin geïnvesteerd moet worden.

Beide taken worden tegenwoordig al uitgevoerd door AI en ironisch genoeg voornamelijk door de grootste Amerikaanse bedrijven die zichzelf uitroepen tot voorvechters van de “vrije markt”.

Het meest geavanceerde systeem voor vraagvoorspelling in de geschiedenis werd niet gebouwd in socialistisch China, maar door Amazon en Google. Amazon weet wat je wilt kopen voordat je het zelf weet. Het bedrijf legt goederen al vast op voorraad op basis van algoritmische voorspellingen. “Wal-Mart en Amazon zijn gestructureerd als planeconomieën die groter zijn dan de Sovjet-Unie ooit was”, aldus Pino Arlacchi.

En de beslissing om te investeren?  Dat was het laatste bastion va het kapitalisme. Keynes vereeuwigde het in zijn General Theory. Aangezien de toekomst onkenbaar is en geen enkele berekening die kan voorspellen, komt investeren voort uit de “animal spirits van het kapitalisme”. Uit de impuls van de ondernemer om in het onbekende te duiken en het risico te nemen. En de winst van de kapitalist is de beloning voor de moedige daad.

Maar die “animal spirits” waren uiteindelijk de oplossing voor een informatieprobleem. Volgens Keynes vulden ze de leegte die door onzekerheid wordt achtergelaten met het instinct (of geluk) van de ondernemer.

En dat is precies wat Kunstmatige Intelligentie (A.I.) nu doet. Het berekenen van de investeringskansen en risico’s in miljoenen scenario’s met een koelbloedigheid die mensen niet kennen.

Als de computer kapitaal beter verdeelt dan de ondernemer, en financiële markten die nu in handen zijn van computersystemen tonen dit dagelijks aan, dan verdwijnt de hele rechtvaardiging van de aanhoudende aanwezigheid van de markt en het private kapitaal.

Maar de technische en institutionele voorwaarden worden steeds concreter. Lenins “alles-in-één-winkel”, de economie als een gesloten systeem dat uiteindelijk de gemeenschap dient, wordt voor het eerst een technologische mogelijkheid.

En dit gebeurt in het socialistisch Oosten, niet in het kapitalistisch Westen. Het Westen blijft zichzelf het sprookje van de eeuwige “markt” voorspiegelen. Maar de toekomst die het voor onmogelijk hield, materialiseert zich beetje bij beetje aan de andere kant van de wereld.

(*) Bronnen:

Cina, socialismo e AI contro occidente, Pino Arlacchi,  www.l’Antidiplomatico,it, 29 mei 2026. (Pino Arlacchi heet een lange carrière achter zich als prof. sociologie, de uitgave van verschillende boeken, politicus, maffiabestrijder en voormalig adjunct-secretaris-generaal van de Verenigde Naties).

La Cina, spiegate all’ Occidente, bespreking boek P. Arlachchi, Michele Blanco, www.l’Antidiplomatico.it, 29 mei 2026.

 

 

 

  • Over mij

    • Miel Dullaert
      °1948 Enkele stipmomenten… Kind en tiener Ik ben geboren in Merksem. Ik behoor tot wat men noemt, de babyboomgeneratie of de eerste
      Meer lezen...
  • Citaat

    Ik weet niet met welke wapens eventueel
    de derde wereldoorlog zal worden uitgevochten,
    wat ik zeker weet is dat de vierde
    zal uitgevochten worden met stokken en stenen
    (Albert Einstein, Natuurkundige, 1879-1955)

  • Edward ELGAR, NIMROD

  • Tag cloud

  • Deel onze pagina op:

    © Copyright 2026 ‐ Miel Dullaert ‐ Alle rechten voorbehouden

    Disclaimer | Privacybeleid

    Webdesign by Eye