Het digitale tijdperk vertegenwoordigt een nieuwe agressieve fase van het kapitalisme en imperialisme. Digitalisering is een verschuiving in de strategie en de macht van de cognitieve oorlog. Hij legt een nieuw systeem van productie en consumptie van culturele goederen op (sociale media, tv, gsm, ‘data mining’, digitale platforms, AI). Digitalisering is een existentiële kwestie voor de samenlevingen, waarin de ongebreidelde macht en perverse rijkdom van de Amerikaanse Tech oligarchen, een bedreiging is voor de democratie.
De cultureel cognitieve oorlog is nooit weggeweest. In de Koude Oorlog van de tweede helft van de 20e eeuw was de cognitieve oorlogsvoering een belangrijke pijler van de Amerikaanse, westerse supermacht.
Met het bestaan van de Sovjet-Unie, met het prestige dat zij had in de doorslaggevende bijdrage in de overwinning op Hitler en het doorbreken van het Amerikaans kernwapen monopolie, werd de Sovjet-Unie voorwerp van een intense anticommunistische cognitieve oorlog.
Amerikaanse cultuur: het licht op de heuvel
De digitalisering stond toen in de kinderschoenen. De cognitieve oorlog werd via de traditionele middelen gevoerd: radio, televisie, kranten, boeken, opleidingen, kunsten, journalistiek, congressen, het aantrekken van duizenden Europeanen naar Amerikaanse universiteiten, bedrijven, leger, banken om er goede ‘Atlantisten’ van te maken die het licht op de heuvel hebben gezien.
Met als meest prominent voorbeeld vandaag: de jonge kroonprinses Elisabeth, die in plaats van één van de vele gerenommeerde Europese universiteiten te kiezen, over de plas in Harvard haar geluk gaat zoeken.
De bekende Amerikaanse politicoloog Joseph Ney (1937-2025) was één van de grondleggers van de cognitieve oorlog of de soft power. (hij was een hooggeplaatst adviseur in veiligheidszaken in de regering van de presidenten B. Clinton en B. Obama).
Voor J. Ney is de cruciale vraag niet of de Verenigde Staten in de 21e eeuw een supermacht zouden zijn met de meeste economische- en militaire middelen, maar of het land in staat was anderen te overtuigen om te doen wat goed was voor de hegemonie van de VS.
Nye verwijst naar het vermogen van de staat om anderen te beïnvloeden door middel van aantrekkelijkheid en culturele invloed, in plaats van dwang. Vraag is welke rol hightech speelt in de cognitieve oorlog.
Gedigitaliseerd kapitalisme (*)
Vandaag zijn we getuige van de opbouw van een gedigitaliseerd kapitalisme. Dat is de “new oil”. Wat de oliebedrijven vandaag zijn, zijn de High Tech bedrijven in het hetzelfde gezelschap. Met deze metafoor zetten de technologiebedrijven, waarvan de grootste zich in de Verenigde Staten bevinden, zich in de markt.
Denk aan Elon Musk (X, Tesla), Bill Gates (Microsoft), Mark Zuckerberg (Meta) (Bright-foto)
Jeff Bezos (Amazon)- samen met hun politieke beschermheer president Donald Trump.
De digitale mythe wil ons doen geloven dat data moeten worden beschouwd als natuurlijke grondstof. Een grondstof die universeel beschikbaar is en gemakkelijk kan ingepast worden in de “marktdynamiek”. En alleen een handvol bedrijven kunnen technologieën hanteren om data “te ontginnen”, te verwerken en te kapitaliseren. Ze zijn de eersterangs monopolisten van deze tijd.
Technologiebedrijven gebruiken ook graag trendy modewoorden zoals data mining om de indruk te wekken dat ze grondstoffen aanboren. In werkelijkheid zijn data geproduceerd door heel de samenleving. In feite monopoliseren en privatiseren zij de eigendomsrechten over onze collectieve kennis. Dus: een politiek-economisch project van de civiele samenleving en de overheid samen , is dan ook de enige uitweg om de dominantie van Big Tech te breken.
Shosana Zuboff vergelijkt deze monopolisering van publieke eigendomsrechten met koloniale praktijken die werden losgelaten op de Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse volkeren. Het digitaal kapitalisme bouwt een nieuwe economische macht die net zoals in koloniale tijden geen remmen kent of georganiseerde weerstand.
In beide gevallen zijn de politieke en economische machten nauw met elkaar verweven. Cecil Rhodes en Elon Musk zijn dan ook elkaars spiegelbeeld. Rhodes kon met de hulp van politieke-militaire netwerken een gigantisch stuk Afrika veranderen tot zijn private site van diamantontginning. Om het uiteindelijk te brengen tot de premier van de Kaap kolonie.
Hetzelfde met de Belgische monarch Leopold II die Congo-Vrijstaat als privébezit beschouwde en brutaal de grondstoffen van Congo roofde. (foto Historia )
Individualisme
Digitaal kapitalisme draagt in zich een donderwolk mee van individualisme. Het systeem is erop gericht het gevoel van sociale- en gemeenschapsidentiteit en territoriale identiteit te ontmantelen.
Het individu is in de digitale wereld boven alle andere identiteiten verheven. Technologie creëert de illusie van het machtig, emotioneel en cognitief autonoom individu dat anderen niet nodig heeft om gelukkig te zijn.
Digitalisering betekent extreem individualisme. Het individu is in het digitaal netwerk een narcistisch subject. Het individu leeft in een ‘permanente cyclus van zelfbevestiging’ (likes, virtuele vrienden, gepersonaliseerde content). Zo verwijdert hij zich steeds meer van de realiteit en de collectieve actie van mensen en gemeenschappen.
Dat dreigt negatieve gevolgen te hebben voor een levensvatbare samenleving. Digitalisering van het leven mondt uit in de depolitisering van het maatschappelijk leven. Er is geen behoefte meer aan bijv. politieke discussie, volksvergaderingen of gemeenteraadsbijeenkomsten. Eén WhatsApp groep is voldoende.
Het algoritme kent ons beter dan onze moeder, onze partner en kinderen. Het brengt op basis van data die we (vaak roekeloos) in onze digitale apparaten verwerken onze politieke interesses en voorkeuren, onze aankoopgewoonten, onze hobby’s en angsten in kaart. De data die we produceren is de nieuwe handelswaar van het kapitalisme en het imperialisme.
Deze gegevens worden, eenmaal verzameld, omgezet in politiek kapitaal en worden verkocht aan staatsapparaten zoals geheime diensten, politiediensten, leger, media, privébedrijven die jagen op klantgegevens. Omgekeerd kunnen hackers miljoenen gegevens stelen van banken, ziekenhuizen, bedrijven en losgeld vragen om de data terug vrij te geven.
Bedreiging democratie
De Tech oligarchen schrijven in hun boekjes openlijk dat ze de democratie willen afschaffen ten voordele van de absolute (extreemrechtse) macht van de Tech miljardairs en hun politieke collaborateurs.
Digitale platformen bepalen wat miljoenen mensen dagelijks zien. Digitale apparaten geven berichten die bepaalde politieke boodschappen versterken en andere negeren.
De verkiezing van Donald Trump voor een tweede ambtstermijn is mede mogelijk gemaakt door Big Tech oligarch Elon Musk. Hij sluisde meer dan 200 miljoen dollar door naar Trumps verkiezingscampagne in 2024.
Op een meeting van Trump aanhangers bestond Elon Musk het de Hitler groet te brengen (foto Vicnews)
op het einde van zijn tussenkomst. Het deed de minister van Buitenlandse Zaken van Polen Radoslaw Sikorski al lachend reageren: “Ik stel voor dat dhr. Musk naar Mars vliegt waar geen censuur voor de nazigroet bestaat”.
President Trump ondertekende in december 2024 een presidentieel decreet waarop hij opriep tot het betwisten van AI-wetten van staten die een reguleringskader hadden gestemd zoals in New York, Californië en Colorado.
Leading the Future een Amerikaans politiek actiecomité heeft meer dan 100 miljoen dollar veil in de tussentijdse verkiezingen van november 2026. Die miljoenen dollars zullen aangewend worden tegen Amerikaanse kandidaten die pleiten voor regulering van AI en Big Tech op staatsniveau.
Big Tech oligarchen en hun politieke vrienden kennen “God noch gebod”. Zoals hun politiek boegbeeld president Donald Trump elke dag bewijst door het vermoorden in de Caribische Zee van mensen die zonder bewijs of proces worden beschuldigd van drugshandel. Of de soevereiniteit van landen in twijfel te trekt.
Elon Musk bemoeit zich met de politiek in Europa onder meer door een debat op zijn platform X Spaces met Alice Weidel, kopstuk van de Duitse extreemrechtse partij Alternative für Deutschland (AfD) in de aanloop naar de recente Duitse verkiezingen.
Weidel noemt “Hitler een communist”. De uitspraak van Weidel is typisch voor rechts en extreemrechts, waaronder een aantal Big Tech oligarchen. Ze preken: ‘communisme en fascisme zijn hetzelfde’ . (het is één van de meest succesvolle ideologische constructies van de Koude Oorlog planners tegen het socialisme).
Daarbij bewust vergetend dat links, de vakbondsleiders en de communisten bij de eersten waren waarop de nazi’s jacht maakten om ze in Duitse vernietigingskampen op te sluiten. Na hun nederlaag in WOII vluchtten vele nazi’s naar Zuid-Amerika waar ze actief waren in de veiligheidsdiensten van de fascistische dictaturen. Die regimes vermoordden duizenden democraten, vakbondslui, socialisten en communisten.
Beheers het verhaal om nadien de grondstoffen te controleren (**)
Op 3 januari vond een ongekende gebeurtenis plaats in Venezuela. De hoogste politieke leider van het land, de president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, Nicolás Maduro, (foto)
werd samen met zijn vrouw (foto), ontvoerd na een bloedige aanval van Amerikaanse troepen.
Het ultieme doel van het Amerikaans banditisme is de klauwen leggen op de enorme rijkdom aan grondstoffen zoals aardgas, goudvoorraden, diamanten en kritieke mineralen (coltan, nikkel, titanium) en overvloedige zoetwatervoorraden in Venezuela.
Wanneer een land een dergelijke rijkdom concentreert, is de eerste stap van agressie niet de militaire bezetting. Het is de cognitieve oorlog die de legitimiteit van het beleid en regerende elite moet ondermijnen.
De cognitieve oorlog via High Tech, de mainstreammedia en het ermee verbonden journaille in het Westen speelden hierin een belangrijke rol.
Vooreerst. In het publieke debat wordt Venezuela niet afgeschilderd als een complexe historisch gegroeide natie op weg naar een volwaardige originele democratie, maar in een simplistische formule: dictatuur, regime, narcostaat, humanitaire crisis.
Deze woorden beschrijven niet, ze geven een vooroordeel. Cognitief taalonderzoek laat zien dat eenvoudige begrippen mentale reflexen activeren die voorafgaan aan bewust redeneren.
Zodra eenvoudige begrippen massaal verspreid en geaccepteerd worden, beoordelen de hersenen niet langer of een actie daartegen legitiem is, maar hoe erg noodzakelijk deze is. In een “dictatuur” is geen ruimte voor dialoog, als er een “narcostaat” bestaat is onderhandelen onmogelijk; zo verandert “agressie” in interventie; “dwang” wordt druk, “collectieve bestraffing” wordt gerichte actie.
Geweld als daad van verlossing
In de cognitieve oorlog is dan de essentiële stap: de bureaucratisering van moordend geweld. Het gebruik van geweld wordt niet gezien als een dramatische uitzondering, maar als een technische, regulerende ingreep.
De gewelddadige inbeslagname van olietankers in december 2025 komende uit (foto, Schuttevaer) of varend naar Venezuela verdoezelt de aanval op de economische kern van Venezuela
, maar wordt gepresenteerd als simpele rechtshandhaving.
Marylin Lopez besluit voor Venezuela maar ook voor andere conflicten.: “Neuropolitiek of cognitieve oorlog laat zien dat de meest effectieve macht niet die is die oplegt, maar die anticipeert op het denken, die kaders bouwt waarbinnen keuzes onvermijdelijk worden en alternatieven ondenkbaar. In deze ruimte wordt soevereiniteit niet openlijk ontkend: ze wordt geherdefinieerd en onderhandelbaar gemaakt”.
“In zo’n gestructureerde cognitieve kaders is de eerste verantwoordelijkheid om waakzaam te blijven ten aanzien van taal. Omdat het grootste risico van cognitieve oorlogsvoering en manipulatie niet alleen schuilt in het rechtvaardigen van agressie. Maar ook om mensen te leren om die agressie te accepteren en zelfs te vieren als een daad van verlossing”.
Miel Dullaert
(*) Henk Vandaele, Masereelfonds, Artificiële Intelligentie en Democratie, “Onze wereld geknecht aan technologie en kapitaal”, 2026, nr 1/4
(**) Marylyn Lopez, www.lantidiplomatico.it, “Neuropolitica di unagressione quando il controllo delle menti prepara quello delle risorse”, 5 januari 2026.
Volgende bijdrage: de grenzen van de cognitieve oorlog
