De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) sinds 1919

De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), officieel: The International Labour Organisation-ILO), werd opgericht in 1919, als onderdeel van het Vredesverdrag van Versailles na de eerste wereldoorlog. Geconfronteerd met  de verwoestende ervaringen van de oorlog kwam de heersende klasse tot het besluit dat “blijvende vrede enkel mogelijk is op basis van sociale rechtvaardigheid”.

Er waren twee belangrijke redenen waarom de IAO werd opgericht in het kader van de ondertekening van het Verdrag van Versailles1906-ondertekening verdrag van Versailles (foto). De vakbonden waren steeds beter georganiseerd om druk uit te oefen en vooral ze hadden hun posities versterkt in de oorlogsindustrie tijdens WO I, ze hielden de sociale vrede in stand tijdens de oorlogsinspanning, maar eisten na de oorlog de realisering van een reeks sociale rechten. Een internationale organisatie zou dit faciliteren. Een veel belangrijker reden was wat er in 1917 gebeurd was in Rusland met de socialistische Oktoberrevolutie. Het deed de heersende klasse sidderen en beven: de Russische adel en bourgeoisie vluchtte naar het buitenland,  alle bedrijven werden genationaliseerd, en sociale wetgeving en de gelijkheid tussen mannen en vrouwen werd ingevoerd.

Geen vrede zonder Sociale rechtvaardigheid

In de verklaring over de oprichting van de IAO werd duidelijk gesteld dat blijvende vrede enkel mogelijk is op basis van sociale rechtvaardigheid. Waar de arbeidsomstandigheden leiden naar onrechtvaardigheid, ‘working poor’ en ellende, ontstaat zo’n grote onrust dat de vrede en de harmonie in de wereld bedreigd worden. Als één staat nalaat om menselijke arbeidsomstandigheden tot stand te brengen, belemmert hij andere om dat te doen. We zouden vandaag in 2019 stellen: sociale dumping ondermijnt de arbeidsomstandigheden, en het mondiaal kapitalisme vernietigt zichzelf als het niet rechtvaardiger wordt. De IAO en de vakbonden zijn een humaniserende en stabiliserende factor van het kapitalisme. Voor een goed begrip, de Internationale Arbeidsorganisatie is geen vakbond.  Het is een organisatie van de Verenigde Naties en wordt bestuurd door regeringen, werkgevers en vakbonden. De organisatie maakt arbeids- en sociale wetgeving in de vorm van conventies of internationale verdragen en aanbevelingen. Maar de leidende neoliberale elite heeft met dereguleringen, privatiseringen en  delocalisatie, sinds  de jaren tachtig van vorige eeuw, er nog weinig oren naar. Je kan niet gelijk zeggen dat de sociale, economische- en culturele ongelijkheid  tot enorme frustraties bij grote bevolkingsgroepen leidt en de stabiliteit van samenlevingen ondermijnt (zoals de Brexit en de verkiezing van Trump illustreren), en tegelijk een beleid opleggen zoals het IMF, de Wereldbank en de EU doen, dat de ongelijkheid en de frustraties verhoogt. Collectieve arbeidsovereenkomsten (Cao’s) zorgen voor betere verloning en arbeidsvoorwaarden via afspraken in wetten vastgelegd per sector of zelfs per land. Neoliberale partijen zoals bij ons de VLD en de N-VA willen het sociaal overleg afwentelen naar de bedrijven. Gevolg:  waar de werknemers zwakker staan, of bedrijven die het economisch moeilijker hebben dan andere, wordt de rol gelost van centraal gemaakte afspraken. Daarenboven voedt deze decentralisering het corporatisme, en vergoot het de macht van de lokale bedrijfsbaas.

Zoveel staten, zoveel verschillen

Ook in de IAO spelende nationale staten een doorslaggevende rol in het implementeren van wat de IAO aan sociale wetgeving brouwt. De nationale staat is het strijdterrein voor de opbouw van sociale wetgeving, en dit wordt gefaciliteerd door de IAO en de samenwerking tussen landen in deze VN-organisatie.

Afhankelijk van de krachtverhoudingen op nationaal vlak,  het niveau van ontwikkeling van de economie en de democratische cultuur worden in mindere of meerdere mate conventies van de IAO toegepast. Er bestaan geen sancties om wetgeving al dan niet toe te passen.  Er heerst dus een enorme verscheidenheid aan toestanden. In Afrika bijv. is meer dan 80% van de economie informeel. Nationaal georganiseerde vakbonden en werkgevers hebben nauwelijks vat op die informele, kleinschalige economie. In Brazilië met een extreemrechtse president aan het bewind krijgt de grootste vakbond CUT het moeilijk met nieuwe wetgeving bijv. over het innen van lidgelden. Onder de voorgaande progressieve regeringen van de presidenten Luiz Lula da Silva en Dilma Rousseff 1609-Lula-Rousseff (foto) werd dit afgehouden van het loon, nu moeten ze geïnd worden in de woonplaats, vaak duizend of meer kilometer  ver in het  grote land. In China, met zo’n 1,4 miljard inwoners, is een enorme sociale vooruitgang gerealiseerd in een paar decennia onder de leiding van de Chinese Communistische Partij (CCP). Daar waar in het Westen men er bijna een eeuw over deed.  Deze snelle sociale vooruitgang werd gesteund door de eenheidsvakbond ACFTU die een onderdeel is van de CCP. Ook patronale organisaties maken deel uit van de CCP. De CCP probeert een synthese te bewerkstelligen tussen arbeid en ondernemerschap. Jiang Guangping, die de Chinese werknemers vertegenwoordigd in de IAO- bestuursraad stelt dat “het collectieve belang van China belangrijker is dan het individu en we aanvaarden de leiding van de partij”.De ACFTU verdedigt de belangen van de werknemers binnen de partij. Zo wordt langer vakantie gevraagd na de 1e mei. De jaarlijkse loongroei wordt bepaald door de experts van d e CCP. In de VSA is er de AFL-CIO (12,5 miljoen leden) waarvan Kelly Ros zegt dat de IAO er moeilijk ligt. De VS neigen ertoe geen rekening te houden met de IAO. De VS gebruiken die organisatie vooral om anderen de les te spellen. Nochtans hebbend e VS ernstige problemen om sommige IAO-conventies na te leven. Ross wijst er wel op dat het land een explosie van mobilisatie en activisme meemaakt.(Cfr. MO*, zomer 2019).

Naar vier-dagenwerkweek?

Naar aanleiding van de 100e verjaardag van de IAO gaf de Russische eerste minister Dmitri Medvedev op 11 juni in Genève een opvallende toespraak. Wat hij deed, maar de meeste eerste ministers in de Westerse landen niet doen, was een lans breken voor de vier- daagse werkweek.De technologische vooruitgang reduceert niet alleen het noodzakelijk aantal arbeidsplaatsen, maar ook een vermindering van de arbeidstijd en de diversificatie van de vrije tijdsbesteding. Het is zeer waarschijnlijk dat in de nabije toekomst de 4-daagse werkweek de basis wordt van de socio professionele relaties”. Hiermee opent de eerste minister een debat in Rusland zelf, waar iedereen het in principe mee eens is, maar over het tijdstip en de sociale voorwaarden waarin dit moet gebeuren is er discussie. (in de Sovjet tijd is de arbeidstijd progressief verminderd: van  de invoering van de 8-urendag in een zes- dagen werkweek tijdens de Oktoberrevolutie in1917,  tot de 42-urenweek in de jaren zestig, en de 40-urenweek op het einde van de Sovjet- periode in 1991).

Vlaanderen en de IAO

Als in Vlaanderen sociale middenveldorganisaties zoals het Okra, het ACV en ABVV voorstellen doen voor de vier dagen werkweek, wat bij ons gezien de veel hogere productiviteit dan in Rusland beter kan gefinancierd worden, wordt dit voorstel weggelachen door het Unizo, Voka, VBO en de liberalen, inbegrepen onze eerste minister.

Er zijn ook “verlichte” ondernemers die de aanbevelingen en conventies van de IAO ernstig nemen. Geïnspireerd door de IAO aanbevelingen betreffende kinderarbeid, bezoldiging, werktijden,… liet de Vlaamse Groep Colruyt in 2010 honderd sociale audits uitvoeren bij Aziatische leveranciers van speelgoed, tuinartikelen,  seizoensdecoratie,… Slechts twee van de honderd bedrijven bleken in orde, bij vijf leveranciers werden onaanvaardbare werkomstandigheden vastgesteld. Drie van hen weigerden de gevraagde maatregelen te nemen waarop Colruyt de samenwerking stopzette. Naast de 100 waren er 24 die een audit weigerden. Die werden door Colruyt prompt aan de deur gezet. Wie verbeteringen moest aanbrengen werd nadien gecontroleerd. Naar de ondernemers toe speelt de IAO dus ook een inspirerende, faciliterende rol.

De Vlaming Luc Cortebeeck, (foto) van 1999 tot 2011 voorzitter van de grootste vakbond van België, het ACV,  speelt een vooraanstaande rol in de IAO1906-ILO-Luc Cortebeeck. Een ACV- voorzitter voelt zich vanuit zijn christelijk corporatistische visie als een vis in het water in het milieu van de IAO: overleg tussen ondernemers, regeringen en de vakbonden om een en ander van sociale wetgeving uit de brand te slepen. In 2011 werd hij voorzitter van de werknemersgroep in de IAO en vice voorzitter van de Raad van bestuur. In 2017 werd hij voorzitter van de Raad van Bestuur va de IAO, in een éénjarig mandaat tot 2018. (in het MO* nummer van juli 2018 maakt hij een balans op als voorzitter van de IAO).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Over mij

    • Miel Dullaert
      °1948 Enkele stipmomenten… Kind en tiener Ik ben geboren in Merksem. Ik behoor tot wat men noemt, de babyboomgeneratie of de eerste
      Meer lezen...
  • Citaat

    De utopie is de noodzakelijke droom,
    de realiteit de permanente uitdaging
    (D. Cohn Bendit, ex-politicus)

  • Edward ELGAR, NIMROD

  • Tag cloud

  • Deel onze pagina op:

    © Copyright 2019 ‐ Miel Dullaert ‐ Alle rechten voorbehouden

    Disclaimer | Privacybeleid

    Webdesign by Eye