Boek- Het Britse establishment

Als de wereld een schouwtoneel is, wie zijn dan de regisseur(s)? De jonge linkse Engelse denker Owen Jones stelde zich die vraag en ging op zoek naar de mechanismen van de macht van de elite in Groot-Brittannië(GB).  In zijn boek “Het establishment” (*) trekt de jonge Owen Jones de gordijnen open waarachter zich de regisseurs verschuilen. Het boek is een neerslag van de tocht langs de achterkamertjes van de elite, naar  de economische lobby’s in het Westminster- parlement  tot de hoofdkantoren van de grote bedrijven en de trading rooms van de City. Welke mechanismen gebruikt de elite om de 99% van de bevolking die niet tot de superrijken en machtigen behoren onder de knoet te houden? Hoe plunderen ze de gemeenschap, de openbare diensten voor eigen profijt?  Hij beschrijft hoe hun macht vandaag zo groot is geworden dat er een democratische revolutie nodig is om de uitoefening van macht en rijkdom in overeenstemming te brengen met de belangen van het volk. Owen Jones heeft geen boek geschreven over “individuele schurken”.

Het boek onderzoekt  hoe het establishment  een systeem belichaamt, onderhoudt en voedt dat een bedreiging is voor de democratie. Jones wil aantonen dat de elite van het regime niet ten dienste staat van het Britse volk. In een eerste hoofdstuk: “wegbereiders” schetst hij hoe de liberale, ideologische vaandeldragers ervan in de naoorlogse periode van de jaren zestig- zeventig  vorige eeuw gemarginaliseerd waren.

In de naoorlogse wereld  (jaren die bekend werden als  het dieptepunt van de kapitalistische ideologie) waren liberale ideologen als een Friedrich Hayek en Milton Friedman ideologische paria’s. De Grote Depressie van de jaren dertig en de wereldoorlog die erop volgde werden haar aangerekend.  Inmiddels waren er  in de marge van het politieke denken neoliberale denktanks ontstaan in GB, gesteund door rijke sponsors en reclamebureaus die het vrije marktfundamentalisme  populariseerden.

Liberale denktanks bereidden Thatcher voor

Jones: “Toen Margaret Thatcher in mei 1979 aan de macht kwam was veel van het werk dat de grondslag zou leggen van haar beleid al gedaan door de liberale denktanks”. In een hoofdstuk gaat de auteur onder de titel “Het Westminsterkartel” in op het reilen en zeilen van de politiek in Groot-Brittannië. Zowel voor de Conservatieven als voor New Labour merkt hij op dat “parlementsleden zijn verworden tot commerciële politici, die jaloers zijn op de superrijke elite die ze zelf in het leven hebben geroepen. Het is alles behalve overdreven te zeggen dat vele parlementsleden hun taak niet zien als een plicht of dienst aan de samenleving, maar wel gewoon als een manier om carrière te maken in de hogere middenklasse”. (blz. 71).Vandaag zijn de grenzen tussen de zakelijke en politieke elite zo vaag dat het moeilijk wordt die twee werelden nog afzonderlijk te behandelen. De volgende hoofdstukken zijn m.i. de belangrijkste van zijn boek: “Profiteren van de staat”, “Tycoons en belastingontwijking” “Meesters van het Universum”,  “de illusie van soevereiniteit” en een concluderend hoofdstuk: “de democratische revolutie”.

Vrije marktkapitalisme: ideologische oplichterij

De overheersende ideologie van het Britse establishment is consistent: “de staat is slecht en ze hindert ondernemerszin”, “zakenmensen zijn de bron van alle rijkdom”. David Cameron, vroeger partijvoorzitter van de Conservatieven en nu eersteminister verdedigt de vrije markt als de “best denkbare kracht voor menselijke rijkdom en geluk. Open markten en vrij ondernemerschap bevorderen de moraal”.  Volgens de auteur zijn deze opvattingen zo algemeen aanvaard binnen het Britse establishment dat wie ze in twijfel trekt beschouwd wordt als een politieke excentriekeling. Owen Jones: “En toch is de hele ideologie van het vrije marktkapitalisme oplichterij. Het kapitalisme is volledig afhankelijk van de vrijgevigheid van de staat.  De staat beschermt niet alleen bedrijfseigendommen tegen indringers en dieven. Maar er is ook de octrooiwetgeving, de bescherming door de staat van intellectuele eigendomsrechten. Dankzij de wet op beperkte aansprakelijkheid zijn aandeelhouders beschermd tegen persoonlijke aansprakelijkheid voor bedrijfsschulden. Dat betekent dat ze alleen aansprakelijk zijn  voor het geld dat ze in aandelen hebben gestopt, waardoor ze alleen interesse hebben in hun dividenden en niet in het algemeen beleid van het bedrijf, en de schuldeisers de verliezen dragen. De peetvader van de kapitalistische ideologie Adam Smith was gekant tegen de idee van beperkte aansprakelijkheid” (blz 221). Ook op het vlak van onderzoek en ontwikkeling doet de zakenwereld zijn profijt met de inbreng van de staat. Staatsonderzoek in de VSA stond aan de wieg van internet? Bij Google, de iPhone van Apple komen een hele reeks uitvindingen samen die door de staat werden gefinancierd vnl. via onderwijs. Ook zonder de infrastructuur van de staat, zoals wegen, luchthavens en spoorwegen kan de zakenwereld niet functioneren.

Socialisme voor de superrijken

De auteur besteedt uitgebreid aandacht aan de privatisering van de Britse spoorwegen en dat uit het slecht functioneren  van privé spoorbedrijven, de staat gedwongen werd het bedrijf over te nemen. De fossiele brandstofindustrie ontvangt royale staatssteun, idem voor de Britse nucleaire industrie en vooral de wapenindustrie van Groot-Brittannië. Owen Jones: “In feite is de vrije markt die zo gekoesterd wordt door het establishment een verzinsel van hun fantasie. Je zou zelfs kunnen stellen dat in Groot-Brittannië het socialisme floreert, maar het is een socialisme voor de superrijken en de bedrijven. De staat is er alleen om hen te dienen en hen zo nodig te redden (bankencrisis).Daartegenover staat dat van het merendeel van de bevolking verwacht wordt dat ze zwemmen of verdrinken: voor hen geldt het rauwe en meedogenloze kapitalisme, het recht van de sterkste”. (blz. 233)

In de “Tycoons en de belastingontwijking” stelt  hij dat het een symptoom is van de totale ongelijke verdeling van de rijkdom en macht in Groot-Brittannië. Terwijl de wet hard uithaalt naar de misdrijven van de loontrekkenden, kleinere bedrijven en armen, tolereert ze en vergemakkelijkt ze het destructieve gedrag van de superrijken. Een door de vakbonden ingehuurde accountant Richard Murphy berekende dat de Britse elite jaarlijks 25 miljard pond aan belastingen ontwijkt. In 2014 onthulde het National Audit Office dat 20% van de grote Britse bedrijven het jaar voordien geen belastingen hebben betaald. Belastingontwijking is een nieuwe manier om winst te maken.  In het hoofdstuk “Heersers van het universum” wordt ingegaan op de rol van het financiële centrum in London genaamd:  “City of London” (het is  een eeuwenoud financieel centrum (16e eeuw), is een aparte gemeente binnen Groot- London met een eigen gemeentebestuur en politiekorps). De auteur analyseert de bedrijfscultuur in de City,  de City besteedt jaarlijks zowat 93 miljoen pond aan lobbywerk. De financiële sector zou in feite een economisch doel moeten dienen. Maar vandaag dient ze alleen zichzelf. “Het kapitalisme vandaag is volledig gefinancialiseerd. Ook de productiebedrijven in grote industriële takken leveren zich over aan speculatie met een deel van de winsten. Voor O. Jones is de financiële sector een directe bedreiging voor de democratie. Regeringen hebben afstand gedaan van hun economische macht door de wisselkoersen vrij te laten en deregulering te promoten. Met hun lobbyisten, donaties aan partijen en voormalige Cityfiguren in het centrum van de macht heeft de financiële sector een enorme slagkracht”.

Vreedzame democratische revolutie

Volgens de auteur is de City het establishment in zijn puurste vorm. In het hoofdstuk illusie van soevereiniteit heeft hij het vnl. over de onderdanige verhouding met de Verenigde Staten die het best bleek toen Tony Blair mee ten oorlog trok op basis van leugens en bedrog in Irak en het TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership, toen dit laatste werd bekend gemaakt in november 2013 ondertekenden slechts 38 van de 650 Britse parlementsleden een parlementaire motie die het TTIP- verdrag veroordeelden).

Bij wijze van conclusie pleit de auteur voor een “vreedzame democratische revolutie”. In het Britse establishment heerst vandaag een gevoel van triomfalisme. Zijn overwinningen vooral in de jaren 1980 en 1990 waren beslissend. Het einde van de Koude Oorlog werd slim als troef uitgespeeld om elk alternatief voor het vrijemarktkapitalisme dood te verklaren. De globalisering verankerde nog steviger het idee dat de wil van de markt oppermachtig is. Dit, en de omarming van het establishment door New Labour versterkte het zelfvertrouwen van de elites nog en gaf een gevoel van onoverwinnelijkheid. Volgzame media promoten vrolijk de agenda van de belangen van de superrijken. Elk voorstel van alternatief beleid wordt voorgesteld als een recept voor de ondergang.

Het zelfvertrouwen van de elites blijkt ook uit het feit dat het bereid is zich van de politie af te keren: de politie speelde een sleutelrol in het verslaan van de tegenstanders van de elites, maar ze waren niet langer gezien als onmisbaar door het ontbreken van een echte bedreiging voor de hegemonie van het establishment. Een democratische revolutie – d.w.z. het met vreedzame middelen opeisen, van democratische en sociale rechten die het establishment zich heeft toegeëigend – is al lang dringend nodig. Owen Jones: “Zo’n revolutie kan enkel succesvol zijn als we de lessen trekken uit het succes van het establishment. Een agressieve ideeënstrijd voeren is de sleutel tot hun succes gebleken. Nooit is het establishment in staat gebleken de harten en de geest van het volk te winnen. Zoals de meeste peilingen voortdurend aantonen zijn de meeste mensen bijvoorbeeld voor hogere belastingen voor de superrijken en tegen het uitbaten van openbare diensten en nutsbedrijven voor winst. Maar het sterk promoten va,n het idee dat “er geen alternatief is” zoals de onofficiële slogan van het establishment luidt, heeft geleid tot een enorme ideologische overwinning. Het idee raakte bijna algemeen aanvaard en zorgt voor berusting, waardoor de wil om zich te verzetten wordt ondermijnd”(blz.382).

De jonge Owen Jones  heeft met dit boek een voltreffer gescoord. Hij fileert haarfijn, met namen en cijfers,  waartoe een beleid leidt met eenzijdig de blik op de belangen van de elites en de agressieve aanval  op de democratische en sociale rechten van de Britse bevolking.  Met dit boek geeft hij een indrukwekkend vervolg op zijn al even ophefmakend debuut “De demonisering van de Britse arbeidersklasse”(2013).

Miel Dullaert

 

(*) Het Establishment, Owen Jones, Uitgeverij EPO-Berchem, 421 blz., 2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Over mij

    • Miel Dullaert
      °1948 Enkele stipmomenten… Kind en tiener Ik ben geboren in Merksem. Ik behoor tot wat men noemt, de babyboomgeneratie of de eerste
      Meer lezen...
  • Citaat

    De Journalist is de historicus van zijn eigen tijd
    (Oriana Fallaci, Italiaanse journaliste 1929- 2006)

  • Edward ELGAR, NIMROD

  • Tag cloud

  • Deel onze pagina op:

    © Copyright 2020 ‐ Miel Dullaert ‐ Alle rechten voorbehouden

    Disclaimer | Privacybeleid

    Webdesign by Eye