De zaligverklaring van miljardairs

Thomas Piketty, een Franse econoom verbonden aan de Ecole d’economie de Paris, schreef vorig jaar “Kapitaal en Ideologie”(*)  waarvan nu de vertaling te koop is. Voor ons ligt een pil van een boek: 1.122 bladzijden. Het boek schetst historisch de sociale ongelijkheid en beschrijft een alternatief voor een participatief socialisme dat aan de ongelijkheid in de 21e eeuw een einde moet maken.

Thomas Piketty is niet aan zijn proefstuk. In 2013 verscheen zijn  monumentaal boek over  ”Kapitaal in de 21e eeuw” (800 blz.) (cfr. recensie MV, september 2015) . Daarin stelde hij zich de vraag of de dynamiek van de groei van het kapitalisme onvermijdelijk zal leiden tot een steeds grotere concentratie van rijkdom en macht. Volgens Thomas Piketty is er sinds de jaren zeventig- tachtig van vorige eeuw een omslag gebeurd. Volgens T. Piketty heeft het kapitalisme na het intermezzo van de 20e eeuw  in de 21e eeuw terug aangeknoopt met de natuurlijke wetmatigheden van het kapitalisme tot op het niveau van 1910 wat betreft sociale ongelijkheid. Zes jaar later ligt er een tweede boek van T. Piketty , een pil van 1.122 bladzijden “Kapitaal en Ideologie” dat enkele weken geleden vertaald werd.(foto)

Wat is zet uitgangspunt in het nieuwe boek? De sociale ongelijkheid neemt toe sinds de jaren tachtig- negentig van vorige eeuw. T. Piketty stelt dat het verschijnsel niet economisch of technologisch is: het is ideologisch en politiek. De markt, de mededinging, de winst en het loon, het kapitaal en de schuld, de geschoolde en ongeschoolde arbeiders, staatsburgers en vreemdelingen, belastingparadijzen en de concurrentiepositie staan niet op zich. Het zijn sociale en historische constructies, die volledig afhankelijk zijn van het wettelijke, het fiscale, het onderwijs- en politieke systeem waarvoor een samenleving kiest. Die keuzen zijn bovenal een weerspiegeling van de opvattingen die een samenleving erop nahoudt over sociale rechtvaardigheid en wat een rechtvaardige economie inhoudt en van de politiek- ideologische krachtsverhoudingen tussen de verschillende groepen. We schetsen een bij uitstek ideologisch recept: het meritocratisch verhaal.

Individuele capaciteiten

Voor T. Piketty is de uitvinding van het meritocratische verhaal verbonden met de “neopropriëtaristische (=individuele eigendom) ideologie die zich eind twintigste, begin eenentwintigste eeuw ontwikkelde. Die ideologie is nu verweven met op de spits gedreven meritocratisch denken” (red. meritocratie= de sociale status van een individu  wordt bepaald door zijn prestaties en capaciteiten). Volgens hem, kan grofweg gesteld worden dat het meritocratisch verhaal de winnaars van het economisch systeem verheerlijkt, en anderzijds de verliezers stigmatiseert, en wel door hun vermeende gebrek aan verdienste, deugd en ijver. Gaandeweg heeft in de geschiedenis deze schuldigverklaring voor de armsten aan kracht gewonnen. En wel, dat het nu één van de karakteristieke trekken van het huidige inegalitaire systeem vormt. Piketty vraagt zich af waar dit meritocratisch narratief zijn sociaal-politieke wortels vindt? Met de komst van het industrieel tijdperk, wanneer de elites zich bedreigd voelen door de klassenstrijd en het algemeen stemrecht, groeit de behoefte de sociale verschillen te rechtvaardigen door te wijzen op de in belang toegenomen individuele capaciteiten.  Piketty verwijst in dit verband naar een uitspraak van  Emile Boutmy die in 1872, in Parijs, de gekende “Ecole Libre des Sciences Politiques(‘Sciences Po’) opricht. Hij schrijft deze instelling een duidelijke taak toe. E. Boutmy: “Nu de klassen die zichzelf als de hoogste klassen beschouwen genoodzaakt zijn  zich neer te leggen bij de wil van de meerderheid, kunnen ze hun politieke hegemonie slechts in stand houden door zichzelf te onderscheiden als de meest bekwamen. Nu de verdedigingslinie van voorrechten en traditie afbrokkelt, dient de vloed van de democratie gestuit te worden door een tweede omwalling die bestaat uit onmiskenbare en nuttige verdiensten; uit  algemeen erkende superieure kwaliteiten en vermogens die men je niet kan ontzeggen”. Piketty zegt dat je deze uitspraak moet begrijpen tegen de achtergrond van zijn tijd. De Parijse Commune is net de kop ingedrukt en het algemeen stemrecht voor mannen is net ingevoerd. Piketty: “Toch herinnert het citaat van Emile Boutmy  ons ook aan een essentiële waarheid: het is van het grootste belang om een zin aan de sociale ongelijkheid toe te schrijven en de positie van de winnaars te rechtvaardigen. Anders dan het 19-eeuwse propriëtarisme ziet het hedendaags propriëtarisme zichzelf eerder als meritocratisch dan als gebaseerd op een stelsel van stemrecht naar vermogen”. Piketty wijst erop dat sinds  de jaren zestig dat de meritocratische hypocrisie en onrechtvaardigheid via het onderwijs sterker is geworden. Natuurlijk is het hoger onderwijs nu breder toegankelijk, maar blijft inegalitair en onderverdeeld naar sociale klasse. De trieste werkelijkheid is dat de lagere- en middenklasse geen toegang hebben tot dezelfde middelen en studietrajecten als de hogere klasse.

onderwijs

De Angelsaksische wereld is daarin het meest uitgesproken voorbeeld. De Amerikaanse politicoloog Prof. em. Michael Parenti (foto) schrijft in zijn boek “Democratie voor de elite” (2008): “Het schoolsysteem behoort in de VS tot de sleutelsectoren van de plutocratische cultuur. Scholen en media worden overspoeld met informatief materiaal dat gratis ter beschikking wordt gesteld door het Pentagon en de grote concerns. Zij promoten de privatisering, deregulering van de arbeidsmarkt en de verbazingwekkende resultaten van de vrije markt. Er komen steeds meer conservatieve denktanks, academische centra, behoudende kranten, conferenties en leerstoelen, die allemaal gefinancierd worden door grote bedrijven en rechtse stichtingen (ze betwisten de klimaatverandering en de grotere kloof tussen rijk en arm). Deze ‘bedrijvencultuur’ tast ook in toenemende mate het hoger onderwijs aan. Vele grote en kleine universiteiten beleggen in het bedrijfsleven. Sommige bestuurders en professoren verdienen pakken geld als adviseurs van het bedrijfsleven. Meer en meer voorzitters en topadministrateurs van universiteiten in de VS komen uit het bedrijfsleven hoewel ze geen enkele ervaring hebben in onderwijs, de pedagogie,de  research of het bestuur. De Harvard- universiteit beschikte volgens M. Parenti overeen aandelenportefeuille van bijna 25 miljard dollar, Yale investeerde 15,2 miljard dollar in het bedrijfsleven, Stanford 12 miljard dollar”.

In Europa is het niet veel beter. Denk aan de elite universiteiten in Groot-Brittannië:  Oxford (foto), Cambridge, Imperial College London, London School of Economics, King’s College London,… de ENA (‘Ecole Nationale d’Administration’ ) in Parijs. In Vlaanderen  kennen we een gelijkaardige evolutie: de greep van het grote bedrijfsleven op de universiteiten (foto, rechts KULeuven) wordt steeds sterker, bedrijfsleiders bezoeken Vlaamse middelbare scholen om hun “ondernemersimago” uit te dragen, vakbonden worden nauwelijks uitgenodigd in scholen, extremistische neoliberale proffen zoals de econoom Marc De Vos van de denktank Itinera voeren een kruistocht tegen elke millimeter afwijking van hun discours. Hij en zijn geestesgenoten  zijn niet weg te vegen van het VRT-scherm. De Vos noemt Piketty in het magazine Trends  een “vijand van de mens” omdat hij durft de omvangrijke vermogens van toplui in vraag te stellen. En nog erger, maatregelen voorstelt om die te beteugelen. Voor Trends is  het voorstel van “participatief socialisme” van Tomas Piketty communisme.

Miljardairs stilaan onder vuur

Piketty ergert er zich aan dat de meritocratische ideologie zich hult in een discours dat ondernemers en miljardairs verheerlijkt. “Ze worden als in een religie zalig verklaard”, stelt hij. “Deze ideologie lijkt soms geen maat te kennen. Sommige mensen wekken de indruk te geloven dat Bill Gates (Microsoft), Jeff Bezos (Amazon), Mark Zuckerburg (Facebook), in hun eentje computers, boeken en vrienden hebben uitgevonden. Je krijgt de indruk dat ze niet rijk genoeg kunnen zijn en dat de gewone sterveling op deze wereld ze niet genoeg kan bedanken voor al hun weldaden. Men komt voor ze op, door hard scheidingslijnen te trekken tussen snode Russische oligarchen en sympathieke Californische ondernemers. En alles wat tegen hen spreekt wordt genegeerd: zeer gunstige bijna- monopolies, wettelijke en fiscale stelsels die de allerrijksten voortrekken”.  De andere factor die de acceptatie van de miljardairs bevordert is hun liefdadigheidswerk. Piketty noemt dit terecht de “filantropische illusie”.

Stilaan worden de zalig verklaarde miljardairs in vraag gesteld. Miljardair Steve Jobs (foto) van Apple overleed in 2011. Zijn weduwe Laurene Powell Jobs, leidde een leven in zijn schaduw, maar zoekt nu meer en meer de openbaarheid. Blijkbaar kan ze nu haar inzichten openbaar maken, die ze niet kon- wilde tijdens het leven van haar echtgenoot. Vandaag behoort zij ook tot het selecte clubje van miljardairs. Ze is de 35e rijkste miljardair ter wereld. In een interview met de New York Times (overgenomen door De Morgen (11/03 jl.) laat ze van de miljardairs, waaronder zijzelf, weinig over. Ze is zich bewust van de structurele sociale ongelijkheid in de samenleving. Ze is een Sillicon Valley miljardair die het opneemt tegen de oranje gekleurde oligarch in het Witte Huis. Het feit op zich dat er zulke fortuinen bestaan, terwijl miljoenen mensen alle moeite van de wereld hebben om op het einde van de maand rond te komen vindt ze onrechtvaardig. “Het is niet eerlijk dat individuen in hun eentje even rijk zijn als vele miljoenen mensen samen. Daar schuilt geen enkele rechtvaardigheid in. De opeenhoping van rijkdom is gevaarlijk voor de samenleving.” Vandaag besteedt ze een deel van haar fortuin voor investeringen in het leefmilieu, sociale ontwikkeling, onderwijs, media,…Ze benadrukt dat je moet kijken naar de systemen en structuren om duurzame koerscorrecties aan te brengen. Alles hangt met alles samen: “Als je aan één draadje trekt komt het hele tapijt mee. Als je in de sociale sector werkt, dan ga je nooit een duurzame stap vooruit zetten, als je slechts op één ding focust”, zegt ze. Gabriel Zucman (33), een Franse econoom van de school van T. Piketty, maakte zijn doctoraat over sociale ongelijkheid. Hij publiceerde nadien het boek “Inequality illusions”. Hij is met zijn doctoraat expert in belastingparadijzen. Hij vlooide uit dat 8 procent van het privé vermogen in de wereld, meer dan gedacht, aan de ogen van de fiscus ontsnapt. In absolute cijfers 7.600 miljard dollar. Hij adviseerde de presidentskandidaat in de VS Bernie Sanders. (foto) Volgens hem zijn miljardairs niet nodig voor de economie. “Wie een onderneming begint doet dat zelden om steenrijk te worden. Bovendien, het feit dat er zoveel miljardairs rondlopen, terwijl er tegelijk extreme armoede bestaat, is erg storend. En als we met het geld dat nu in een paar handen zit, de levens van miljoenen mensen kunnen verbeteren, is dat winst.” Een wereld zonder miljardairs zou volgens Zucman een betere wereld zijn. (DS, 29-02 jl.)

“Kapitaal en Ideologie” legt in vergelijking met het voorgaande boek, naast een pletwals aan cijfergegevens,  meer de nadruk op de maatschappelijke en politieke wilsvorming (ideologie). We zien hierin ideologische sporen van de Italiaanse marxist Antonio Gramsci (1891-1937).  We hebben het boek nog niet volledig gelezen, maar het is een goudader van allerlei thema’s die kritische aandacht verdienen. We komen er later op terug. De auteur maakt van zijn laatste boek zijn favoriet. Terecht. Hij stelt in The Guardian “Als je maar één van mijn boeken leest, laat het dan dit boek zijn”.

(*) Kapitaal en Ideologie, Thomas Piketty, uit het Frans vertaald door Ilse Barendregt, Marianne Gaasbeek, Reintje Ghoos, Alexander van Kesteren, Jan Pieter van der Sterre en Nele Ysebaert; 1122 blz. (w.o. 8 blz. inventaris tabellen), uitgeverij De Geus, Amsterdam, 2020.

 

 

 

 

  • Over mij

    • Miel Dullaert
      °1948 Enkele stipmomenten… Kind en tiener Ik ben geboren in Merksem. Ik behoor tot wat men noemt, de babyboomgeneratie of de eerste
      Meer lezen...
  • Citaat

    De zekerste manier om in een krant te komen
    is er één lezen terwijl je de straat oversteekt
    (Alberto Sordi , It. acteur 1920-2003)

  • Edward ELGAR, NIMROD

  • Tag cloud

  • Deel onze pagina op:

    © Copyright 2020 ‐ Miel Dullaert ‐ Alle rechten voorbehouden

    Disclaimer | Privacybeleid

    Webdesign by Eye