Het programma van de regering-De Croo (Open VLD)

Op 30 september 2020 bereikten de onderhandelaars van de sociaaldemocraten (PS en SP.a, de liberalen (Open VLD en MR), de groenen (Groen en Ecolo) en de Vlaamse christendemocraten (CD&V) een akkoord voor een federale regering. Eerste minister is de Vlaamse liberaal Alexander De Croo geworden. Hoe ziet het sociaaleconomisch programma eruit? Een analyse van Sacha Dierckx wetenschappelijk medewerker bij progressieve denktank Minerva (foto intro) (*).

Vergeleken met de vorige donkerblauwe liberale coalitie van de heren Charles Michel (MR) en Johan Van Overtveldt (N-VA) is met de regering Alexander De Croo een nieuwe toonzetting aan de orde. De regeringsploeg bestaat uit drie politieke stromingen van zeven partijen met name sociaaldemocraten, liberalen, groenen en de Vlaamse christendemocraten. Tien mannen en tien vrouwen vormen de regeringsploeg. De hier geboren en getogen politici met migratie achtergrond zijn aanwezig in de regering als staatsecretarissen. Zakia Khattabi (Ecolo), Meryame Kitir (SP.A) en Sammy Mahdi (CD&V). Waar de donker blauwen onder Ch. Michel het sociaal overleg in belangrijke dossiers negeerden en de vakbonden brutaal buiten spel zetten in het besluitvormingsproces, is er de intentie bij de regering De Croo het sociaal overleg terug in ere te herstellen. Gezien de vele kleuren van de seizoenen die de coalitie in haar vaandel heeft wordt ze ook de “Vivaldi” coalitie genoemd. De oppositie wordt gevormd door het donkerblauwe tot extreemrechtse rechtse blok van Vlaams-nationalisten van N-VA en Vlaams Belang en ter linkerzijde de Belgische PVDA-PTB. De vraag is: houdt de stijlbreuk ook een trendbreuk in met de regering Michel-Van Overtveldt?

Analyse

Sacha Dierckx (*) is wetenschappelijk medewerker bij de progressieve denktank Minerva. In een uitgebreide nota gaat hij in op de sociaal- economische thema’s die in het regeerakkoord aan bod komen. We schetsen in wat volgt enkele belangrijke krachtlijnen van zijn analyse plus zijn commentaar.

De tax shift van de regering Michel had zware gevolgen voor de inkomsten van de sociale zekerheid. Tegelijk stelde de regering Michel ook de evenwichtsdotatie van de staat in vraag waarbij de overheid de middelen uit de algemene begroting de tekorten in de sociale zekerheid bijpast. Voor S.  Dierckx is het alvast positief dat de regering De Croo-Vandenbroucke die dotatie voor onbepaalde duur verlengt. Tevens verhoogt de regering  jaarlijkse de wettelijke groeinorm voor de gezondheidszorg vanaf 2022 naar 2,5%. Dat maakt een enorm verschil uit met de groeinorm voor de uitgaven van 1,5% die door de regering Michel als een molensteen om de nek van de gezondheidszorg gehangen was. De uitgaven voor de sociale zekerheid, en zeker voor de gezondheidszorg in het licht van de covid-19 pandemie gaan omhoog. De nieuwe regering bevestigde de extra middelen voor de zorg die door het parlement beslist werden (zorgpersoneelsfond van 402 miljoen euro, 600 miljoen euro voor verloning in de zorg en 200 miljoen euro voor de geestelijke gezondheidszorg). Wat het algemeen gekende voorstel om de minimumpensioenen te verhogen tot 1.500 euro netto voor een volledige loopbaan is het eerder een aangegeven richting dan een beslissing, immers er moet nog zoveel geregeld worden. De focus op langer werken blijft, de pensioenleeftijd op 67 jaar. Wat voor de vakbonden en sociale beweging moeilijk te slikken is het plan om de gelijkgestelde periodes d.w.z. periodes die voor de pensioenregeling gelijkgesteld worden met loondienst zoals bijv. onvrijwillige werkloosheidsperiodes geschrapt zullen worden. Dat kan volgens S. Dierckx ertoe leiden dat kortgeschoolden, of vrouwen (die vaker niet of deeltijds werken omwille van zorgredenen) een veel grotere kans lopen een veel kleiner pensioen te krijgen. Inzake armoedebeleid zegt de auteur dat een ambitieus Plan Armoedebestrijding zal worden opgemaakt. Positief is dat het akkoord opnieuw bevestigt dat de uitkeringen zullen opgetrokken worden, negatief is dat er staat “richting” armoedegrens en niet “tot aan” de armoedegrens. In de thema’s sociale zekerheid, gezondheidszorg en armoedebestrijding is voor S. Dierckx de vraag: hoe gaat de regering-De Croo dat allemaal financieren? De verlaging van de werkgeversbijdragen die door de vorige regering-Michel werd beslist worden niet teruggedraaid. De regering rekent vooral op de groei van de tewerkstelling en van de productiviteit om de inkomsten te verhogen (en dus blijft de financiering van de sociale zekerheid sterk afhankelijk van de economische groei).

Op het vlak van economie, begroting en fiscaliteit is het positief dat de regering groot belang hecht aan overheidsinvesteringen. Ook een begrotingsevenwicht en de bijhorende besparingen zijn voor de regering De Croo geen doelstelling (zeker met de huidige uitgaven voor de strijd tegen Covid-19). Maar al bij al zegt de auteur is het investerings-, relancepakket vrij klein (4,7 miljard euro of 1% van het bbp) in vergelijking met Duitsland (3,8% van het bbp) en Frankrijk (4,1% van het bbp). Op het vlak van arbeidsmarkt zijn er enkele goede en slechte punten. Schijnzelfstandigen moeten worden bestreden en werknemers in de platformeconomie (maaltijden en taxi’s) moeten goede arbeidsomstandigheden en een betere sociale bescherming krijgen. Ook de hervorming van het kunstenaarsstatuut is een goede zaak. Het slechte is dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt van de vorige regering Michel wordt verdergezet.

Neoliberale dogma’s overeind

Sacha Dierckx van de progressieve Minerva denktank stelt zich de vraag of we met een post neoliberale regering De Croo te doen hebben? Hij stelt dat “ondanks het feit dat de regering De Croo progressieve doelstellingen formuleert en op sommige vlakken duidelijk afwijkt van de regering Michel, betekent niet dat we kunnen spreken over een post neoliberale regering. Vele neoliberale dogma’s blijven zichtbaar overeind”.

Hij somt een vijftal belangrijke knelpunten op. Één. De nadruk blijft liggen op langer werken. Voor S. Dierckx is “langer werken fundamenteel een maatschappelijke keuze en is de pensioenkwestie eerder een kwestie van herverdeling dan van betaalbaarheid”. Twee. De nadruk blijft liggen op concurreren met het buitenland. De notie ‘competitiviteit’ is een neoliberale term die de economische elites en de regulerende instantie naar het centrum van het maatschappelijk debat hebben geduwd. De Amerikaanse Econoom Paul Krugman noemde ‘competitiviteit’ al in 1994 een gevaarlijke obsessie. ‘Competitiviteit’ wordt misbruikt om loonmatiging en lagere belastingen op kapitaal en vermogen te legitimeren, terwijl het in de eerste plaats multinationals en hun aandeelhouders ten goede komt en de sociaaleconomische effecten nefast zijn. Ten derde is er de visie op belastingen die intrinsiek als iets ‘slecht’ beschouwd wordt. Nochtans is het een mythe als zouden hogere belastingen slecht zouden zijn voor de maatschappij en de economie. De hoogte van (red. rechtvaardige) belastingen hangt af van de politieke en maatschappelijke vraag welke collectieve behoeften we willen realiseren met de overheidsuitgaven. Ten vierde is er de nadruk op de marktwerking en liberalisering. Dat heeft gevolgen voor het beleid. Energie bijv. wordt beschouwd als een marktproduct in plaats van openbare dienst, daarnaast is er de commercialisering van de NMBS,… Ten vijfde is het opvallend dat er bijna niks over sociaaleconomische ongelijkheid en herverdeling in het regeerprogramma staat. Nochtans zijn er veel redenen om de strijd tegen sociale ongelijkheid centraler te stellen. Niet in het minst omdat meer sociaaleconomische gelijkheid de politieke democratie kan versterken.

Sociaal middenveld: blijven mobiliseren!

Sacha Dierckx van de progressieve Minervadenktank besluit. Ook al lijkt de regering De Croo op verschillende vlakken een breuk te vormen met regering-Michel-Van Overtveldt kunnen we dus niet spreken van een voortzetting van het Zweeds beleid. Ook al zijn er een aantal duidelijke progressieve doelstellingen, doelstellingen die helaas zijn uitgewerkt in vele vage beloftes, dubbelzinnige taal en maatregelen die pas in de volgende legislatuur een grotere impact zullen hebben. In andere domeinen (langer werken, competitiviteit, marktwerking, openbare diensten, herverdeling – illustreert dat er nog een ”sterke, neoliberale geest in de Wetstraat blijft spoken”. Bovendien zegt de auteur biedt ook de regering De Croo geen innovatieve oplossingen voor de onder financiering van de overheid en sociale zekerheid, voor het gebrek aan jobs, en voor de dringende klimaatuitdaging. De vakbonden en de klimaatbeweging mogen zich niet laten demobiliseren door de nieuwe regering. Het optimisme dat er uit sommige hoeken klinkt is begrijpelijk. Dat er op een aantal vlakken vooruitgang is tegenover de vorige regering mogen ze deels als een overwinning voor zichzelf beschouwen. Het optimisme moet leiden tot een voortzetting van de strijd niet tot verslappen. Zoals Angela Davis (foto) zegt: “I don’t think we can rely on governments, regardless of who is in power, to do the work that only mass movements can do.”

(*)Sacha Dierckx (2020), “Een analyse van d sociaaleconomische thema’s in het regeerakkoord De Croo”. Minerva paper 2020/13. Brussel: denktank Minerva (www.denktankminerva.be)

 

 

 

  • Over mij

    • Miel Dullaert
      °1948 Enkele stipmomenten… Kind en tiener Ik ben geboren in Merksem. Ik behoor tot wat men noemt, de babyboomgeneratie of de eerste
      Meer lezen...
  • Citaat

    De utopie is de noodzakelijke droom,
    de realiteit de permanente uitdaging
    (D. Cohn Bendit, ex-politicus)

  • Edward ELGAR, NIMROD

  • Tag cloud

  • Deel onze pagina op:

    © Copyright 2020 ‐ Miel Dullaert ‐ Alle rechten voorbehouden

    Disclaimer | Privacybeleid

    Webdesign by Eye