1949-2019: Hoe de communisten China uit de onderontwikkeling haalden

Naar aanleiding van het 70- jarig bestaan van de Chinese Volksrepubliek in 2019 publiceerde de Franse politieke filosoof en publicist Bruno Guigue in oktober van dat jaar zijn analyse van het succes van het land en de uitdagingen waarvoor het staat (*).Vooraf geven we enkele bedenkingen bij de besmetting met het corona virus in China  en in de rest van de wereld.

Vooraf: De corona virus besmetting

Het onderhuidse racisme tegenover de Chinezen komt naar aanleiding van de corona virus besmetting weer bovendrijven. Zoals in elke crisis in een land, misbruiken sommigen in bepaalde centra (politiek, media) van het Westen de besmetting om hun geopolitieke agenda  te dienen. Er verschenen karikaturen van de Chinese nationale vlag op de Vlaamse site van de rechtse krant De Standaard en in Denemarken de krant Jylmands-Posten waarin schaamteloos gelachen werd met de Chinese nationale vlag. Incidenten, zelfs fouten van de overheid in een land van 1,4 miljard inwoners en miljoenensteden-  worden in een zure anti-Chinese sfeer getrokken waarin gespeculeerd wordt op het racisme tegen de “spleetogen”. Het Pentagon ziet China als een bedreiging voor zijn imperiale wereldorde en verklaart China tot hoofdvijand. Alles wat kan gebruikt worden om China te verzwakken wordt uit de gereedschapskist gehaald worden.

Het lokt verontwaardiging uit bij vele Chinezen. De Chinese ambassade in Kopenhagen reageerde op de cynische cartoons met de Chinese vlag waarin de sterren vervangen werden door het coronavirus: “Zonder enig medeleven of inlevingsvermogen in wat China vandaag doorstaat met de besmetting, heeft de krant de basis van een beschaafde maatschappij en de ethische grenzen van vrije meningsuiting overschreden”. Ze kunnen het niet laten in sommige milieus van het Westen. Het is genetisch, een quasi ingeroest onderdeel van het arrogante Westerse  koloniale denken dat sinds de 19e– 20e eeuw, naast Afrika, bijv. ook China teisterde en tot op vandaag levendig is.

Het kan ook anders. De Wereldgezondheidsorganisatie ‘(WGO)  van de Verenigde Naties steunt de aanpak van de Chinezen die ondanks alles erin geslaagd zijn de besmetting grotendeels binnen de eigen landsgrenzen te houden, door drastische maatregelen te nemen in een land van 1,4 miljard inwoners met miljoenensteden. Hier ook  trachten de Westerse mainstream media de WGO ongeloofwaardig maken door haar te verdenken de Chinezen naar de mond te praten omdat zij de grootste financiers zijn geworden, nadat de VSA van Trump zich uit deze organisatie hebben terug getrokken (en liever miljarden dollars besteden aan bewapening).

Wat in het belang van Europa en Vlaanderen is, is dat we China niet als vijand zien zoals het Washington wil, maar als partner De gewezen Franse minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine zei  terecht over de verhoudingen met machtige landen zoals Rusland en China die door Washington als vijanden beschouwd worden: “Discuteren is niet legitimeren, relaties onderhouden is niet vrienden zijn. Het is wel juist zijn eigen belangen te behartigen”.

________________________________________

De Franse publicist en politiek filosoof Bruno Guigue schreef in oktober 2019 een goed gedocumenteerde bijdrage over 70 jaar Chinese Volksrepubliek (*). Hij gaat de vergissingen en uitdagingen niet uit de weg, maar zet vooral de spectaculaire resultaten in de verf die de Chinese Volksrepubliek onder leiding van de Communistische Partij  gedurende de voorbije 70 jaar bereikt heeft.

Middeleeuws land

De Westerse media trachten de evidente vaststelling te verbergen wat de ogen uitsteekt: China heeft in 70 jaar gerealiseerd wat geen enkel ander land is gelukt in twee eeuwen. Door het vieren van het 70 jaar bestaan van de Volksrepubliek, door Mao Tse-Toeng (foto) gesticht in 1949, weten de Chinezen welke de situatie is van hun land. Maar zij weten ook in welke toestand het land zich bevond in 1949. Het land was verwoest door decennia lange burgeroorlogen en invasies van vreemde mogendheden. China was één grote puinhoop.

China van voor 1949, herinnert Alain Peyrefitte eraan, is een middeleeuws land, met een gekrioel van bedelaars vaak op stompen, met kinderen bedekt met zweren en zwarte varkens die ze voor zich uit drijven. De boeren gingen failliet in het geval van droogten en overstromingen, zij beschikten niet over de minste financiële reserve middelen. (cfr. Wanneer China ontwaakt, zal de wereld beven”, 1973, p. 85). Met een ongebreidelde  armoede, vertegenwoordigde het land toen een minimaal aandeel van het BBP in de wereld, terwijl het in 1820 30% vertegenwoordigde, voor de afgang van de Qing dynastie en het binnendringen van de roofzuchtige Westerse mogendheden, waar nadien Japan zich bij aansloot, die deze voorspoed vernietigden.  Verwoest door de oorlog, waren dijken en kanalen in een belabberde staat. Bij gebrek aan onderhoud, was het spoorwegnet roest. De landbouw was door een gebrek aan uitrusting, met moeite in staat  het platteland te voeden. De Chinese bevolking was toen voor 90% familiale landbouw. De bevolking had het laagste levensniveau van de planeet: het was lager dan dat van de Britse kolonie India en van Afrika onder de Sahara- woestijn. Op dit grondgebied waar het leven steeds aan een zijden draadje hing, was de levensverwachting 36 tot 40 jaar. Bij gebrek aan kennis, ondanks een rijke beschaving van duizenden jaren, telde China bij de bevolking 80% analfabeten.

de culturele revolutie als gauchistische ontsporing

Twee eeuwen gelden was China nog de werkplaats van de wereld. Het Westers imperialisme heeft door interne tegenstellingen aan te wakkeren, het verouderende Mantsjoerije rijk vernietigd. De oorlogen van de 20e eeuw op hun beurt hebben het land in chaos gestort. In de ogen van de Chinezen, heeft de Volksrepubliek China de verdienste komaf te hebben gemaakt met de lange eeuw van miserie en vernederingen die in 1840 begonnen met de “opium oorlogen”. Bevrijd en verenigd door Mao, heeft China zich geëngageerd op de weg van ontwikkeling. Van een armoede die vandaag niet meer voorstelbaar is, geïsoleerd en zonder toekomst, heeft het land ongekende wegen verkend en getracht met het maoïsme, de samenleving radicaal te veranderen.

Meer bepaald, om het marxistisch jargon te hernemen,  die verandering zou er komen door de productieve krachten te ontwikkelen door de sociale verhoudingen revolutionair te veranderen. Anders gezegd,  door de klassenstrijd in het land te veralgemenen om het socialisme te consolideren. Dit voluntarisme heeft positieve gevolgen gehad op het vlak van de opvoeding van massa’s Chinezen, maar heeft nagelaten de economie verder te stimuleren. In scherp contrast met de demografische aangroei veroorzaakt door de vooruitgang in hygiëne en sanitaire voorzieningen en gebruiken, heeft de ineenstorting van de voedselproductie de catastrofe van de “Grote Sprong Voorwaarts” veroorzaakt. Die zogenaamde “Grote Sprong Voorwaarts” was – samen met klimatologische omstandigheden en het Westerse sancties- verantwoordelijk voor de laatste hongersnood die China gekend heeft (1959-1961).

Met de culturele Revolutie die zijn hoogtepunt bereikte in 1966-’68, besliste Mao en zijn Rode Gardisten opnieuw de massa’s te mobiliseren, maar nu tegen de partij zelf  om te beletten dat het “kapitalisme werd hersteld” en  zou wegzakken in het “revisionisme” van het Sovjet- type. Deze revolutie binnen de revolutie stootte vrij vlug op zijn grenzen. Door de ideologie tot een kookpunt te brengen van een geradicaliseerde jeugd, heeft de culturele Revolutie onnodig geweld, vernederingen (foto)  en vernielingen veroorzaakt die ingingen tegen de ontwikkelingsstrategie van het land. Deze agitatie veroorzaakte een chaos en het Chinese Volksleger maakte een einde aan deze beweging en de chaos. In een resolutie die in 1982 werd aangenomen door de Chinese Communistische Partij wordt de culturele Revolutie  streng veroordeeld en als een gauchistische ontsporing” gecatalogeerd en werden hervormingen aangekondigd. Met het “socialisme met Chinese kenmerken” werd in 1997 de strategie aangenomen van de ontwikkeling van de productieve krachten. Ze werd gezien als de noodzakelijke voorwaarde voor de verandering van de sociale verhoudingen, en dus niet het omgekeerde zoals eerder uit het extreme voluntarisme van de culturele revolutie bleek. Voor de Chinese communisten zal de revolutie veeleer “de vrucht zijn van een boomgaard, die men vooreerst moet ontwikkelen, dan hem laten groeien en de impact ervan laten toenemen”. Voor de Chinese communisten is socialisme geen pauperisme! En om de sociale veranderingen te realiseren, moet men eerst een zeker niveau van ontwikkeling verzekeren van de productieve krachten, dus de economie.

Het maoïsme heeft 25 jaar lang het reilen zeilen van China bepaald (1950-1975), nadat het China heeft bevrijd  en één gemaakt, het patriarchaat  afgeschaft heeft, een landbouwhervorming heeft doorgevoerd, de industrialisatie versneld heeft, China een nucleaire paraplu gegeven heeft, het analfabetisme overwonnen heeft, aan de Chinezen 24 jaar extra levensverwachting gegeven heeft. Maar ook tragische vergissingen heeft begaan. Het maoïsme had zijn tijd gehad na 25 jaar heerschappij. Zijn opvolgers hebben rekening gehouden met de internationale omgeving en hun deel gehad in de mondialisering, maar zonder het roer los te laten. Geleerd door de ervaringen van het verleden, hebben de Chinezen het land geïndustrialiseerd, de armoede overwonnen, en het wetenschappelijke en technologisch niveau van hun land opgekrikt zoals nog nooit gebeurd is.

China vandaag

Vandaag, vertegenwoordigt China 18% van het mondiaal Bruto Binnenlands Product (BBP) in koopkrachtpariteit, en is de Amerikaanse economie voorbij gestreefd in 2014. China is de eerste exporteur ter wereld vandaag. Zijn industriële macht vertegenwoordigt het dubbele van de Verenigde Staten (VSA) en vier keer dit van Japan. Nochtans, de globale schuld van het land (openbare- en privé schuld) bevindt zich onder deze van de VSA (250% tegen 360%) en zijn buitenlandse schuld is zwak.

China is de eerste schuldeiser ter wereld, het land heeft financiële reserves die de grootste zijn van de wereld (3.000 miljard dollar). Het is de eerste commerciële partner van 130 landen, het land heeft 30% van de mondiale economische groei bijgedragen de laatste tien jaren. China is de eerste producent van staal, aluminium, rijst, graan, aardappelen. Met 400 miljoen personen, zijn de middenklassen in China de belangrijkste van de wereld. 140 miljoen Chinezen zijn in vakantie gegaan in 2018. China beschikt over een enorm menselijk potentieel.(foto) Het land stuurt 550.000 studenten naar het buitenland en ontvangt er 400.000. China beschikt over 80 technopolissen en is nummer één voor het aantal gediplomeerden in wetenschappen, technologie. China vormt er vier keer meer dan de Verenigde Staten. Deze technologische doorbraak gaat niettemin gepaard met een ecologische transitie. China ondertekende het akkoord over het klimaat in Parijs en China is de eerste investeerder in hernieuwbare energie. China beschikt over 60% van de zonnepanelen, 50% van de windmolens op de planeet. 90% van de elektrische autobussen die in de wereld rondrijden zijn in China geproduceerd. China beschikt over 50% van de elektrische voertuigen en fabriceert er 3  keer meer dan de VSA. China heeft ook een spoorwegnet voor hoge snelheidstreinen dat het langste is van de wereld (30.000 km) en richt zich op 40.000 km. Het overheidsbedrijf CRRC is het nummer één in de bouw van de hoge snelheidstreinen. De fabriek produceert 200 treinen per jaar en werkt voor 80 landen. Ten slotte heeft China het grootste herbebossingplan van de wereld aangevat: 35 miljoen hectaren. De hoofdstad Peking is zwaar besmet met vuile lucht. In vijf jaren heeft het land zijn uitstoot in Peking van giftige deeltjes met 50% verminderd.

China: uitroeiing armoede

De economische ontwikkeling heeft de materiële welstand van de Chinezen spectaculair verbeterd. De levensverwachting is van 40à 64 jaar onder Mao (1950-1975) is nu ca 77 jaar (tegen 82 jaar in Frankrijk, 80 jaar in Cuba, 79 jaar in de VSA, en 68 jaar in India). Het kindersterftecijfer is 7% tegen 30% in India en 6% in de VSA. Het analfabetisme is praktisch uitgeroeid. Het scholingsniveau is 98,9% in het lager- en 94,1% in het secundair onderwijs.

Belangrijker is de armoedegraad in China. Volgens de Wereldbank is deze van 95% in 1980 gezakt naar 17% in 2010 en 3,1% in 2017. President Xi Jinping (foto) heeft beloofd deze uit te roeien tegen 2020, dit jaar dus. Volgens Branko Milanovic, ex-economist en directeur van de Wereldbank,  is de opkomst van een enorm grote middenklasse in China, de belangrijkste oorzaak van de vermindering van de mondiale ongelijkheid tussen 1988 en 2008. In twintig jaar tijd, zijn 700 miljoen mensen uit de armoede verdwenen. Het gemiddeld loon is verdubbeld, onder de invloed van de mobilisatie van handarbeiders (-sters), en de vnl. Westerse buitenlandse ondernemingen zijn begonnen met hun productie te herlokaliseren naar China als gevolg van de lage loonarbeid. Eén van de fundamentele kwesties in de ontwikkeling van China was de toegang tot moderne technologieën. Het China van Mao had in het begin kunnen genieten van de technische hulp van de Sovjet-Unie. Maar deze werd onderbroken door het Chinees- Sovjet schisma. Het is om dit cruciaal probleem te regelen dat Deng Xiaoping in 1979 de opening van de Chinese economie heeft opengesteld voor buitenlandse kapitalen: inruil voor de winsten de in China gerealiseerd werden, transfereerden buitenlandse ondernemingen hoogwaardige technologie ten voordele van Chinese ondernemingen.

Gemengde economie met sterke staat

Deze spectaculaire ontwikkeling van de Volksrepubliek China is het resultaat van 70 jaar reusachtige inspanningen. Om dat resultaat te bereiken hebben de Chinezen een origineel socio-politiek systeem uitgedacht, waarvan de betekenis en de inhoud maar moeilijk te vatten is in het Westen. Ver van een “totalitaire dictatuur” te zijn of  een neoliberaal systeem steunt de legitimiteit van het Chinese systeem uitsluitend op de verbetering van de welvaart en het welzijn van het Chinese volk. De Communistische Partij van China is de leidende organisatie sinds 1949 waarvan de minste afwijking van de lijn van het collectief welzijn van de Chinese gemeenschap niet zou worden begrepen en haar ineenstorting zou betekenen. Het Westen is gewend dat in zijn opvatting de democratie steunt op een electoraal ritueel en begrijpt daarom het Chinese systeem niet. Daarbij ziet het Westen niet, dat zijn systeem van “democratie” zich onderwerpt aan de eisen van de voorzitters van de banken, terwijl in China de bankdirecteurs de president gehoorzamen.

Om de ontwikkeling van het land te leiden, hebben de Chinese communisten een gemengde economie opgebouwd geleid door een sterke staat. Zijn prioritair doel is de groei, gesteund op de hervormingen sinds 1979:  met  de modernisering van de staatsondernemingen die de sleutelsectoren controleerden, de opbouw van een machtige privé sector, het grijpen naar vreemde kapitalen en de transfer van technologie uit de meest ontwikkelde economieën. In tegenstelling tot wat gedacht wordt, is het Mao Tse-Toeng die dit proces in 1972 gestart is, met het herstel van de diplomatieke relaties met de Verenigde Staten (VSA). Om het land te ontwikkelen moesten de Chinezen gaan eten met de duivel. Zoals men nu ziet, hebben de Chinese communisten geleerd dat te doen. Maar deze toenadering tot het Westers kapitalisme, dit “acrobatisch compromis” dat door sommige marxisten wordt bekritiseerd, is een middel en geen doel. President Jiang Zemin herinnerde eraan in 1997 dat China de uitbouw van het socialisme niet uit het oog verliest. Het is daarom dat de Staat de ontwikkeling moet leiden, dat de staatseigendom dominerend moet blijven en de financiële sector onder controle moet zijn.

De communisten haalden China uit de onderontwikkeling

De historische ervaring van de Chinese Volksrepubliek is uniek: het is het succes van een strategie die heeft afgerekend met onderontwikkeling op een schaal en in een tijdspanne die nog nooit gezien is, en dat alles onder de exclusieve leiding van een communistische partij (red. telt momenteel ca 80 miljoen leden). Zeker, de problemen blijven immens (de veroudering van de bevolking), de verbazingwekkende paradoxen (een socialisme met kapitalisten), de onmiskenbare zwakten (het verminderen van de groei)… Maar het China van 2019 heeft de wil om de beweging verder te zetten. Het wil een maatschappij creëren van gematigde welvaart en welzijn, zijn binnenlandse markt ontwikkelen, de ecologische transitie verder zetten met onder meer een dicht netwerk van hoge snelheidstreinen. (foto Chinese ‘zweef’trein600 km/uur). De Chinezen zullen hun basisdrijfveer blijven vinden om de haakjes te sluiten van de westerse dominantie. China wil terug zijn plaats innemen in de wereld die het toekomt.

(*)Bruno Guigue,” Le Grand Soir”,  Franse  informatiesite ( vertaling, Illustraties en tussentitels Blogger).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Over mij

    • Miel Dullaert
      °1948 Enkele stipmomenten… Kind en tiener Ik ben geboren in Merksem. Ik behoor tot wat men noemt, de babyboomgeneratie of de eerste
      Meer lezen...
  • Citaat

    Als je grenzen aangeeft,
    kunnen mensen zich daarbinnen vrij bewegen
    (Lous Van Gaal, voetbaltrainer)

  • Edward ELGAR, NIMROD

  • Tag cloud

  • Deel onze pagina op:

    © Copyright 2020 ‐ Miel Dullaert ‐ Alle rechten voorbehouden

    Disclaimer | Privacybeleid

    Webdesign by Eye